Hof Arnhem-Leeuwarden 13 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9241
De strafzaak in eerste aanleg is op 7 mei 2007 berecht door de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Groningen. Het daartegen ingestelde hoger beroep is op 25 januari 2010 berecht door het gerechtshof ’s-Gravenhage, zitting houdende te Leeuwarden. De ontnemingszaak in eerste aanleg is op 21 oktober 2010 berecht door de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Groningen. Daartegen is destijds tijdig hoger beroep ingesteld. Deze zaak is ingezonden naar het gerechtshof in Leeuwarden. De zaak is aangebracht ter zitting van het hof van 13 oktober 2014. Tot 1 januari 2013 gold het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen. Dat besluit is van rechtswege vervallen met het vervallen van artikel 59 Wet op de Rechterlijke Organisatie bij de invoering van de Wet herziening gerechtelijke kaart. Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep dat is ingesteld tegen de ontnemingszaak.
De uitspraak op rechtspraak.nl