Hof Arnhem-Leeuwarden 17 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8823
Failliet maakt bezwaar tegen opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten (art. 16 Fw). Daartoe stelt de failliet het bestaan van een aanzienlijke vordering op de voormalige curator. Bij toetsing of de gestelde bate voldoende aannemelijk is dient de rechter voldoende terughoudendheid te betrachten. Toewijzing van het verzoek tot opheffing wegens gebrek aan baten zal onder de onderhavige omstandigheden tot gevolg kunnen hebben dat de failliet de door haar gepretendeerde rechten niet meer daadwerkelijk geldend kan maken. Het hof oordeelt opheffing van het faillissement daarom niet gerechtvaardigd. Tevens overweegt het hof dat van een curator ook na diens benoeming mag worden verwacht dat hij de door hem aanvaarde aanstelling tot curator heroverweegt als het risico, althans de schijn van enige belangenverstrengeling zich alsnog voordoet.
De uitspraak op rechtspraak.nl