Hof Arnhem-Leeuwarden 4 november 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8462

Appellant koopt recreatiewoning op staanplaats op een door geïntimeerden geëxploiteerde camping. Hij sluit een huurovereenkomst met geïntimeerden. Hij breekt de recreatiewoning af en begint met de bouw van een nieuwe woning. De woning wordt niet afgebouwd. Geïntimeerden zeggen, na appellant vergeefs gemaand hebben de woning af te bouwen, de huurovereenkomst betreffende de staanplaats op en vorderen ontruiming van de staanplaats. Het hof wijst deze vordering, net als de rechtbank, toe. Het beroep van appellant op verkrijgende verjaring van een recht van opstal wordt verworpen, evenals het beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. De reconventionele vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen; geïntimeerden hebben niet onzorgvuldig gehandeld door appellant er niet op te wijzen dat hij geen recht van opstal verkreeg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken