Hof Arnhem-Leeuwarden 4 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:759
Huurgeschil. Overlast veroorzaakt door andere huurders, bestaande uit schelden, pesten, discriminerende opmerkingen, vernielingen en bedreigingen. In eerste aanleg is de verhuurder veroordeeld om een andere huurwoning aan de huurder ter beschikking te stellen. De verhuurder heeft in hoger beroep onder meer aangevoerd dat de door de huurder ondervonden overlast geen gebrek aan de woning oplevert in de zin van de wet. Het hof oordeelt dat de overlast zo ernstig is, dat wel degelijk sprake is van een gebrek. Het hof verwerpt ook het standpunt van de verhuurder dat de huurder zelf de hoofdschuldige is, omdat de verhuurder dit niet heeft aangetoond. Vervolgens is de vraag aan de orde of de verhuurder kan worden veroordeeld tot het ter beschikking stellen van een andere woning, omdat het contract tussen partijen alleen bestrekking heeft op de gehuurde woning. Het hof overweegt dat de rechten en verplichtingen van de verhuurder niet alleen door het huurcontract worden bepaald, maar ook door de redelijkheid en billijkheid. Het hof gelast een comparitie waar partijen de gelegenheid krijgen om hun stellingen aan te vullen en nader informatie te verstrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl