Hof Arnhem-Leeuwarden 5 augustus 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6234
Onteigening. Aan de orde is de vraag of de hypotheekhouder in de administratieve fase van de onteigeningsprocedure moet worden aangemerkt als belanghebbende. Gelet op de bijzondere positie die de hypotheekhouder in de gerechtelijke fase van de onteigeningsprocedure is toegekend is het hof van oordeel dat de hypotheekhouder een onvoldoende belang heeft om in de administratieve fase als derde belanghebbende te kunnen worden aangemerkt. Uitleg van het systeem van de Onteigeningswet en van artikel 3:13 Awb. Op grond van de devolutieve werking gaat het hof vervolgens over tot bespreking van de overige bezwaren van de eigenaren. Gemeente heeft voldoende pogingen in het werk gesteld om met de eigenaren tot overeenstemming te komen. Het hof spreekt de vervroegde onteigening uit.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3 Onteigeningswet
- Artikel 17 Onteigeningswet
- Artikel 18 Onteigeningswet
- Artikel 35 Onteigeningswet
- Artikel 36 Onteigeningswet
- Artikel 43 Onteigeningswet
- Artikel 50 Onteigeningswet
- Artikel 54 Onteigeningswet
- Artikel 54a Onteigeningswet
- Artikel 54i Onteigeningswet
- Artikel 54t Onteigeningswet
- Artikel 70 Onteigeningswet
- Artikel 78 Onteigeningswet
- Artikel 79 Onteigeningswet
- Artikel 80 Onteigeningswet
- Artikel 3:246 BW3
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 3:11 Awb
- Artikel 3:13 Awb