Hof Arnhem-Leeuwarden 13 juni 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:4798
Appartementsrecht artikelen 5:124 lid 2 5:129 en 5:130 BW en 2:14 en 2:15 BW. Door de toestemming aan één van de appartementsgerechtigden een gedeelte van het dak als dakterras in gebruik te nemen, wijzigt de bestemming van het dak als zodanig niet. De functie van het dak blijft immers gehandhaafd en de overige appartementseigenaren worden dan ook niet beperkt in het genot van de oorspronkelijke bestemming van het dak. Van het geven van een uitsluitende gebruiksbevoegdheid als bedoeld in artikel 5:106 lid 4 BW aan één van de appartementsgerechtigden is hier geen sprake. De gegeven toestemming is in beginsel binnen de grenzen van artikel 2:8 BW ook herroepbaar. Geen sprake van nietigheid wegens strijd met de akte van splitsing. De overige bezwaren die zijn opgeworpen, hebben alle betrekking op (vermeende) strijd met statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen - zoals die met betrekking tot de wijze van stemming en het tellen van de stemmen - of strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW. Besluiten die in strijd met dergelijke bepalingen zijn genomen, zijn ingevolge artikel 2:15 BW vernietigbaar en niet nietig op grond van artikel 2:14 BW, nu het niet gaat om fundamentele totstandkomingsgebreken. Een verzoek tot vernietiging dient op grond van artikel 5:130 lid 2 BW te worden ingesteld binnen een maand nadat de verzoeker kennis heeft genomen van het besluit of daarvan heeft kunnen kennis nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl