Hof Arnhem-Leeuwarden 6 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1303
Naar het oordeel van het hof heeft de officier van justitie terecht geanticipeerd op de mogelijkheid dat het hof de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar zou verlengen en heeft hij in dat licht en met het oog op artikel 509o, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering tijdig een vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling bij de rechtbank ingediend. De rechtbank had, nu het hof nog niet had beslist op het ingestelde hoger beroep tegen haar beslissing van 4 juli 2012 en het derhalve onduidelijk was of en zo ja, met welke termijn het hof de terbeschikkingstelling zou verlengen, ter zitting van 7 augustus 2013 de behandeling moeten schorsen in afwachting van de beslissing van het hof. Als gezegd, heeft de rechtbank echter de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard. Die beslissing was ontijdig.
De uitspraak op rechtspraak.nl