Hof Arnhem-Leeuwarden 16 april 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7785

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan het door de vennootschap medeplegen van het storten van materialen op de bodem en in het water, terwijl hij niet beschikte over de vergunningen die zijn vereist op grond van de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.Overwegingen over de begrippen 'inrichting' en 'werk' in de zin van de Wet milieubeheer en 'werk' in de zin van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Ook heeft de verdachte valsheid in geschrift gepleegd. Beroep op rechtsdwaling verworpen. Oplegging van een conform de eis van de advocaat-generaal gedeeltelijk voorwaardelijke geldboete. Invloed tijdsverloop.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen