Hof Arnhem-Leeuwarden 15 april 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7165
Verdachte wordt ter zake van het misdrijf van medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een akte als bedoeld in artikel 227, eerste lid, Sr als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met een proeftijd van 1 jaar, en een taakstraf voor de duur van 240 uren. Voorts wordt verdachte ter zake van de overtreding van medeplegen van handelen in strijd met artikel 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 1.000,=. Het verweer dat sprake is van schending van beginselen van een goede procesorde, hetgeen volgens de raadsman dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging, wordt verworpen. Het hof beschouwt een in België door een ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte geboorteakte als een authentieke akte in de zin van artikel 227 Sr. Het hof acht bewezen dat verdachte en haar mededader (haar toenmalige echtgenoot) het kind hebben opgenomen met het oog op adoptie in de zin van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.
De uitspraak op rechtspraak.nl