Hof Arnhem-Leeuwarden 10 september 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:6650
De vordering tot nietigverklaring, althans vernietiging van het ontslag op staande voet valt – anders dan de mogelijk daaruit voortvloeiende loonvordering – onder het bereik van artikel 25 lid 1 Fw en niet onder het bereik van artikel 26 Fw. De vordering is niet gericht op de verkrijging van een geldsom. De werkneemster heeft belang bij de beoordeling van die vordering tot herstel van haar eer en goede naam. Dat werkneemster haar vordering slechts ter omzeiling van de procedure van artikel 26 Fw als verklaring voor recht heeft ingediend, kan gelet op dat belang bij de vordering niet worden aangenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl