Hof Amsterdam 17 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:459
Appellante heeft persoonsgegevens van geïntimeerden wegens vermeende fraude met zorgdeclaraties opgenomen in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde Externe Verwijzingsregister. Op verzoek van geïntimeerden heeft de rechtbank bij beschikking van 2 januari 2025 appellante veroordeeld de gedane registraties te verwijderen en verwijderd te houden. Het daartegen gerichte hoger beroep faalt. Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat de door appellante aangevoerde feiten en omstandigheden, zowel ieder afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, van onvoldoende gewicht zijn om redelijkerwijs een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan valsheid in geschrift/oplichting te rechtvaardigen. Daarmee is niet voldaan aan de eisen voor registratie in de genoemde registers zodat de registraties niet kunnen worden gehandhaafd. Het hof bekrachtigt de beschikking.
De uitspraak op rechtspraak.nl