Hof Amsterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:185
Het hof wijst het verzoek van de werkgever om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op grond van verval van de arbeidsplaats zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 1 jo 3 sub a Burgerlijk Wetboek (BW) af. Voldoende aannemelijk is dat de werkgever niet voldaan heeft aan artikel 6a Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) en (subsidiair) is niet voldoende aannemelijk geworden dat de functie van werknemer noodzakelijkerwijs is komen te vervallen. Ook het subsidiaire verzoek om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op grond van een verstoorde arbeidsverhouding ex artikel 7:669 lid 1 jo 3 sub g BW wordt afgewezen omdat de arbeidsverhouding met werknemer niet ernstig en duurzaam is verstoord.
De uitspraak op rechtspraak.nl