Hof Amsterdam 13 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:165

WSNP. Verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling o.g.v. verzwijging van feiten en omstandigheden die aan toelating in de weg zouden hebben gestaan (artikel 350 lid 3 sub f Fw). Het hoger beroep van schuldeiser slaagt. Naar het oordeel van het hof is er onvoldoende grond om te concluderen dat schuldenaar niet kan voortgaan met het betalen van zijn schuld aan schuldeiser. De schuld houdt verband met blijvende letselschade die is ontstaan door ernstig verwijtbaar handelen van schuldenaar. Uit niets is gebleken dat de € 400,- die tot dan toe werden betaald op basis van een tussen partijen overeengekomen betalingsregeling, schuldenaar daadwerkelijk voor financiële problemen stelde. Volgt vernietiging van het vonnis van de rechtbank.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen