Hof Amsterdam 20 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:811

Anders dan de rechtbank oordeelt het Hof dat de (navorderings)aanslagen Vpb 2013 en 2015 tijdig en op de voorgeschreven wijze zijn bekengemaakt. Het hoger beroep van de inspecteur slaagt. Het Hof zal daarom alle jaren (2012 tot en met 2015) inhoudelijk beoordelen. Inhoudelijk is in geschil of belanghebbende als uiteindelijk gerechtigde recht heeft op teruggaaf of verrekening van ingehouden dividendbelasting. Volgens het Hof heeft inspecteur – op wie de bewijslast rust – aannemelijk gemaakt dat aan alle voorwaarden van de anti-dividendstrippingmaatregel van artikel 25, tweede lid, tweede volzin van de Wet VPB (tekst 2012-2015) is voldaan. Belanghebbende kan dus niet als ‘uiteindelijk gerechtigde’ worden aangemerkt en kan de ingehouden dividendbelasting niet als teruggaaf of voorheffing in aanmerking nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken