Hof Amsterdam 16 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3646
in deze zaak is de vraag aan de orde of appellanten onder het toepassingsbereik van het verplichtstellingsbesluit tot deelneming in Bpf MITT valt en verplicht is aangesloten bij Bpf MITT. Het hof ziet aanleiding om de behandeling van deze zaak aan te houden in afwachting van het arrest van de Hoge Raad op het cassatieberoep van Bpf MITT tegen het arrest van 16 juli 2024 van het gerechtshof Den Bosch, nu in die zaak dezelfde rechtsvraag voorligt. In beide zaken beslaat het bewerken van textielstukgoederen namelijk slechts een gering percentage van de totale omzet van het bedrijf. Partijen zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om bij akte te reageren op het te wijzen arrest van de Hoge Raad alsmede over de vraag of de (premie- danwel schadevergoedings)vordering van Bpf MITT al dan niet (deels) is verjaard gelet op het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 (Booking II).
De uitspraak op rechtspraak.nl