Hof Amsterdam 24 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1631
Het hof acht een arbitraal vonnis dat tot stand is gekomen op basis van door de hoogste Braziliaanse rechter tot twee keer toe als strafrechtelijk ontoelaatbaar beoordeelde bewijsmiddelen zonder nadere motivering, welke ontbreekt, niet toelaatbaar in de Nederlandse democratische rechtsorde, ook al gaat het hier om een civiele procedure. Het hof is daarom van oordeel dat het arbitrale vonnis niet in stand kan blijven wegens strijd met de openbare orde. Omdat de motivering van het scheidsgerecht de aanwezigheid van andere, wel toelaatbare maar niet expliciet vermelde, bewijsmiddelen niet uitsluit (en daar zelfs naar verwijst) ziet het hof voldoende reden de procedure te schorsen en de zaak terug te verwijzen naar het scheidsgerecht teneinde het scheidsgerecht ex artikel 1065a Rv in staat te stellen de grond tot vernietiging ongedaan te maken door het heropenen van het arbitraal geding, dan wel door het nemen van een andere maatregel als het scheidsgerecht geraden acht
De uitspraak op rechtspraak.nl