Hof Amsterdam 9 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:860
tussen partijen is in geschil of tussen SEG en De Vrij een bemiddelingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:425 BW is ontstaan. Voorts is de vraag aan de orde of op SEG een mededelingsplicht rustte om De Vrij te informeren over haar eigen financiële belang bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst tussen De Vrij en Internazionale en of SEG die mededelingsplicht heeft geschonden. Vervolgens is de vraag aan de orde of sprake is van een causaal verband tussen de schending van de mededelingsplicht door SEG en de door De Vrij gestelde schade. Het hof beantwoordt deze vragen bevestigend en heeft de schade van De Vrij begroot door toepassing van de zogenaamde kansschadeleer op een bedrag van ruim 5 miljoen Euro. artt. 7:418, 7:425 BW
De uitspraak op rechtspraak.nl