Hof Amsterdam 9 januari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:8
In deze zaak staat centraal de vraag of de kantonrechter de arbeidsovereenkomst die tussen partijen heeft bestaan terecht heeft ontbonden op de zogenoemde e-grond. Het hof beant¬woordt deze vraag bevestigend. Het primaire verzoek tot herstel van het dienstverband en het subsidiaire verzoek om een billijke vergoeding als alternatief voor herstel (ex artikel 7:683 lid 3 BW) worden dan ook afgewezen. Ook voor een billijke vergoeding op grond van artikel 7:671b lid 9 BW is geen plaats omdat de ontbinding niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van KLM. Het vonnis in eerste aanleg wordt bekrachtigd en het in hoger beroep nieuw gedane verzoek om te verklaren voor recht dat de supple¬tie¬regeling van KLM van toepassing is wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl