Hof Amsterdam 29 oktober 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3008
Het hof oordeelt, net als de kantonrechter, dat een overeenkomst tot het vervoer van een patiënte onder medische begeleiding van Duitsland naar India rechtsgeldig is ontbonden wegens een tekortkoming in de nakoming van de kernverplichting. Het verzuim is van rechtswege ingetreden, omdat in de gegeven omstandigheden niet van geïntimeerde kon worden gevergd eerst een ingebrekestelling te sturen. Door de ontbinding zijn verbintenissen tot ongedaanmaking ontstaan. Op grond daarvan is appellante in eerste aanleg terecht veroordeeld tot terugbetaling van de ontvangen vergoeding voor haar diensten en vliegtickets. Het hof oordeelt dat appellante nog een aanvullend bedrag aan geïntimeerde moet terugbetalen, omdat in het bestreden vonnis was uitgegaan van een onjuiste ticketprijs. Art. 6:58, 6:74, 6:75, 6:81, 6:83, 6:265, 6:271, 6:272
De uitspraak op rechtspraak.nl