Hof Amsterdam 18 juni 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1695

In het kader van een dringend nodige kapitaalverhoging besluit de vennootschap, na een daartoe strekkende statutenwijziging, tot uitgifte van een nieuw soort aandelen waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden. Bij de statutenwijziging wordt ook een kwaliteitseis voor haar aandeelhouders ingevoerd. Bij de uitgifte wordt het voorkeursrecht van de bestaande aandeelhouders uitgesloten (art 2:206a lid 1 BW). Een van de bestaande aandeelhouders stelt zich op het standpunt dat de uitsluiting van haar voorkeursrecht in strijd is met het gelijkheidsbeginsel (art 2:201 lid 2 BW) en de redelijkheid en billijkheid (art 2:8 BW) en leidt tot een verwatering van haar aandelen die in strijd is met artikel 1 EP EVRM. Ook stelt zij dat de kwaliteitseis niet aan haar mag worden gesteld nu zij tegen de desbetreffende statutenwijziging heeft gestemd (art 2:192 lid 1).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken