Hof Amsterdam 28 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1494
Nederlandse familiestichting uit 1907 kwalificeert als APV en belanghebbende als begunstigde. Toepassing 2.14a Wet IB 2001 in casu strijdig met art. 1 EP in combinatie met art. 14 EVRM. APV-regeling veroorzaakt ongelijkheid tussen belanghebbende, die geen uitkering ontvangt, en degenen met een hoge uitkering. Bij binnenlandse APV, in ver verleden zonder fiscaal doel ingesteld, waarbij zicht op feiten niet is ontnomen, bestaat geen ‘fair balance’ tussen belangen gediend met APV-regeling versus inbreuk op eigendomsrecht en ongelijkheid. Rechtsherstel door heffing terug te brengen tot daadwerkelijke voordeel.
De uitspraak op rechtspraak.nl