Hof Amsterdam 25 april 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:938

De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, omdat niet kan worden vastgesteld dat hij tijdig een beroepschrift als bedoeld in art. 359 Rv heeft ingediend. Het via Zivver verzonden beroepschrift kan door het hof niet worden geopend. De vraag of het hof aanleiding had moeten geven tot het bieden van een herstelmogelijkheid, al dan niet met het geven van een (extra) termijn, beantwoordt het hof ontkennend. Het mailen – één dag voor het verstrijken van de beroepstermijn - van een beschadigd, niet te openen, bestand dient voor risico te blijven van appellant. Daarbij komt dat de advocaat van de man de volgende ochtend door de wederpartij erop is geattendeerd dat de desbetreffende bijlage niet kon worden geopend. Van een zogenoemde apparaatsfout is onvoldoende gebleken. Consultatie door het hof van IVO (de ICT dienst van de rechtspraak) wijst uit dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het ICT systeem van de rechtspraak een bij verzending nog deugdelijk te openen bestand bij ontvangst zodanig beschadigt dat het niet (meer) te openen is. Hetgeen de advocaat van de man heeft aangevoerd met betrekking tot de bestandsgrootte rechtvaardigt niet de conclusie dat de man erop mocht vertrouwen dat het hof binnen de beroepstermijn over een te openen exemplaar van het beroepschrift beschikte. Dat de advocaat van de man geen melding heeft ontvangen van Zivver dat de desbetreffende bijlage beschadigd was, leidt niet tot een ander oordeel. Nog daargelaten dat de vrouw gemotiveerd heeft betwist dat Zivver dergelijke controles uitvoert en of dergelijke meldingen verstuurt, dient ook een dergelijke omstandigheid voor risico van de verzender te blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken