Hof Amsterdam 31 januari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:189
Het hof toetst ambtshalve of het bevoegd is, en dat is zo op grond van de WagwEU en de Handhavingsrichtlijn, immers de activiteiten van SNCU strekken tot naleving van de verplichtingen die ook jegens de werknemers in acht moeten worden genomen, en daarom moet artikel 6 aanhef en onder c Rv aldus worden uitgelegd dat dit ook rechtsmacht verschaft aan de Nederlandse rechter in geval van vorderingen zoals ingesteld door SNCU, ter waarborging van de naleving van bepalingen uit algemeen verbindend verklaarde cao’s die van toepassing zijn op tijdelijk in Nederland tewerkgestelde werknemers. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat de door Lugera ter beschikking gestelde Roemeense en Slowaakse werknemers, onder leiding en toezicht van de inlener werkten. De werknemers vallen daarmee onder het bereik van art. 7:690 BW en de Uitzend cao. Gelet op de WagwEU zijn op hen – hoewel de arbeidsovereenkomst als uitgangspunt beheerst wordt door Roemeens dan wel Slowaaks recht - de zogenaamde harde kernvoorwaarden van die cao van toepassing, waaronder de betaling van vakantieloon, vakantiebijslag en een feestdagen toeslag. Omdat Lugera deze bedragen niet heeft verricht wordt zij veroordeeld tot betaling hiervan aan SNCU, met een boete vanwege dit verzuim.
De uitspraak op rechtspraak.nl