Hof Amsterdam 27 juni 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1465

Consumentenovereenkomst in de zin van artikel 6:230h lid 1 BW. De zaak dient te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf als gegeven in artikel 6:230l BW. De vraag die het hof dient te onderzoeken is of, in het licht van het arrest van 12 januari 2023 in zaak C-395/21 (ECLI:EU:C:2023:14), het beding in de tussen de handelaar en de consument gesloten overeenkomst al dan niet voldoet aan het in artikel 4, lid 2 van Richtlijn 93/13 neergelegde transparantievereiste. Indien daaraan niet is voldaan, rijst de vraag of, in het licht van alle omstandigheden van het geval, het beding al dan niet als oneerlijk moet worden beschouwd. Omdat de handelaar zich hierover nog niet heeft uitgelaten, wordt zij door het hof hiertoe in de gelegenheid gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken