Hof Amsterdam 16 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1282

Verwijzingsuitspraak n.a.v. HR 28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:84. Met het verwijzingsarrest is onherroepelijk komen vast te staan dat belanghebbende voor de jaren 2011 t/m 2015 als binnenlands belastingplichtige moet worden aangemerkt en dat hij op grond van het belastingverdrag Nederland-Thailand geen inwoner van Thailand is. Na verwijzing is onder meer nog in geschil of voor de jaren 2011 t/m 2015 de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard, omdat de vereiste aangiften niet zijn gedaan (als gevolg van formele en/of materiële gebreken). Met inachtneming van het toetsingskader van HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:767 is het verwijzingshof van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende niet de vereiste aangiften voor de jaren 2011 t/m 2015 heeft gedaan vanwege het onjuist beantwoorden van de zogenoemde woonplaatsvraag (formeel gebrek). De inspecteur heeft wel aannemelijk gemaakt dat de voor de jaren 2011 t/m 2014 door middel van C-biljetten ingediende aangiften inhoudelijke gebreken bevatten die tot de conclusie leiden dat niet de vereiste aangiften zijn gedaan. Het verwijzingshof vermindert de aanslagen IB/PVV 2014 en 2015 alsmede de vergrijpboeten voor 2011 en 2012. De vergrijpboeten voor 2013 t/m 2015 worden vernietigd. Voor wat betreft de Zvw is belanghebbende als ingezetene van Nederland verzekerings- en premieplichtig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken