Hof Amsterdam 4 februari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:514

Onderzoek Mortel. Het hof veroordeelt de verdachte tot 20 jaar gevangenisstraf voor het medeplegen van moord en pogingen tot moord. De verdachte werkte gedurende een lange periode met andere mededaders nauw en bewust samen om een moordopdracht uit te voeren. Het hof heeft de vorderingen van de benadeelde partijen voor een groot gedeelte toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001766-18
datum uitspraak: 4 februari 2022
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-728227-16 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1971,
thans gedetineerd in [adres detentie] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6, 7, 9, 10, 13, 16 en 17 december 2021 en 21 januari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal (hierna: advocaat-generaal) en van hetgeen door de verdachte en de raadsman, de benadeelde partijen en de advocaat van de benadeelde partijen naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep (feit 5)

De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 5 is tenlastegelegd. De verdachte heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld en dit is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep (feit 5)

De verdachte is door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 5 is tenlastegelegd. Het hof overweegt dat de officier van justitie onbeperkt hoger beroep heeft ingesteld.

Nu de advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaart in het hoger beroep ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van dit feit, zal de officier van justitie, gelet op het bepaalde in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – aan de verdachte tenlastegelegd dat:

1 primair hij op of omstreeks 8 oktober 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met één of meer vuurwapen(s) één of meerdere schot(en) afgevuurd op voornoemde [slachtoffer 1] , ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

1 subsidiair [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meerdere (nog) onbekend gebleven verdachte(n) op of omstreeks 8 oktober 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven hebben beroofd, immers hebben die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die T. [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] en/of die één of meerdere (nog) onbekend gebleven verdachte(n) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met één of meer vuurwapen(s) één of meerdere schot(en) afgevuurd op voornoemde [slachtoffer 1] , ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 juni 2016 tot en met 8 oktober 2016 te Amsterdam en/of Alkmaar en/of Aalsmeer en/of Beverwijk en/of Hoofddorp en/of Den Haag en/of Rotterdam en/of Leiden en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- als contactpersoon en/of opdrachtgever te fungeren van die [medeverdachte 2] en/of

- die [medeverdachte 2] te betalen voor zijn deelname aan de liquidatie en/of

- de bij de liquidatie gebruikte vluchtauto('s) op te halen in Rotterdam en/of Leiden en/of één of meerdere ke(e)r(en) te verplaatsen en/of te verzetten en/of

- die [medeverdachte 2] meermalen op te halen (van een station) en/of die [medeverdachte 2] (vervolgens) te vervoeren en/of die [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van 29 september 2016 tot en met 8 oktober 2016 onderdak te bieden en/of

- de bij de liquidatie gebruikte vluchtauto (Seat Leon) in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 op te halen in Alkmaar en/of (vervolgens) klaar te zetten in de omgeving van de plaats delict en/of

- in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] de omgeving van de plaats delict en/of de omgeving in Hoofddorp waar de vluchtauto na de liquidatie in brand had moeten worden gestoken te laten zien en/of deze plaatsen met hem/hen voor te verkennen en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] hierover informatie te verschaffen en/of

- die [medeverdachte 2] een prepaid telefoon (prepaid 1) te overhandigen en/of (vervolgens) die [medeverdachte 2] op 8 oktober 2016 voorafgaand aan de liquidatie (voorzien van prepaid 1) naar de ontmoetingsplaats van de uitvoerders in Amsterdam-Noord te brengen en/of

- op 8 oktober 2016 een prepaid telefoon (prepaid 3) vanuit Amsterdam-Noord te vervoeren naar Aalsmeer en/of over te dragen aan [medeverdachte 4] zodat [medeverdachte 4] contact kon onderhouden met de uitvoerders van de liquidatie en/of

- die [medeverdachte 2] op 8 oktober 2016 na afloop van de liquidatie vanuit Amsterdam-Noord terug te brengen naar zijn woning in [plaats 6] ;

2 primair

hij op of omstreeks 8 oktober 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2014) van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met één of meer vuurwapen(s) één of meerdere schot(en) heeft afgevuurd op voornoemde [slachtoffer 2] en/of op voornoemde [slachtoffer 3] ;

2 subsidiair [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meerdere (nog) onbekend gebleven verdachte(n) op of omstreeks 8 oktober 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meerdere (nog) onbekend gebleven verdachte(n) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2014) van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met één of meer vuurwapen(s) één of meerdere schot(en) hebben afgevuurd op voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde [slachtoffer 3] ,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 juni 2016 tot en met 8 oktober 2016 te Amsterdam en/of Alkmaar en/of Aalsmeer en/of Beverwijk en/of Rotterdam en/of Leiden en/of Den Haag , en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- als contactpersoon en/of opdrachtgever te fungeren van die [medeverdachte 2] en/of

- die [medeverdachte 2] te betalen voor zijn deelname aan de liquidatie en/of

- de bij de liquidatie gebruikte vluchtauto('s) op te halen in Rotterdam en/of Leiden en/of één of meerdere ke(e)r(en) te verplaatsen en/of te verzetten en/of

- die [medeverdachte 2] meermalen op te halen (van een station) en/of die [medeverdachte 2] (vervolgens) te vervoeren en/of die [medeverdachte 2] in of omstreeks de periode van 29 september 2016 tot en met 8 oktober 2016 onderdak te bieden en/of

- de bij de liquidatie gebruikte vluchtauto (Seat Leon) in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 op te halen in Alkmaar en/of (vervolgens) klaar te zetten in de omgeving van de plaats delict en/of

- in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] de omgeving van de plaats delict en/of de omgeving in Hoofddorp waar de vluchtauto na de liquidatie in brand had moeten worden gestoken te laten zien en/of deze plaatsen met hem/hen voor te verkennen en/of die U.A [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] hierover informatie te verschaffen en/of

- die [medeverdachte 2] een prepaid telefoon (prepaid 1) te overhandigen en/of (vervolgens) die [medeverdachte 2] op 8 oktober 2016 voorafgaand aan de liquidatie (voorzien van prepaid 1) naar de ontmoetingsplaats van de uitvoerders in Amsterdam-Noord te brengen en/of

- op 8 oktober 2016 een prepaid telefoon (prepaid 3) vanuit Amsterdam-Noord te vervoeren naar Aalsmeer en/of over te dragen aan [medeverdachte 4] zodat [medeverdachte 4] contact kon onderhouden met de uitvoerders van de liquidatie en/of

- die [medeverdachte 2] op 8 oktober 2016 na afloop van de liquidatie vanuit Amsterdam-Noord terug te brengen naar zijn woning in [plaats 6] ;

3 hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 14 juni 2016 tot en met 14 december 2016 te Rotterdam en/of Leiden en/of Maarssen en/of IJsselstein en/of Amsterdam en/of Alkmaar en/of Aalsmeer , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meerdere voertuig(en) en/of kentekenpla(a)t(en) (te weten een Volkswagen Caddy voorzien van (gestolen) [kentekenplaten 1] en/of een Seat Leon voorzien van (gedupliceerde) [kentekenplaten 2] en/of een Volkswagen Golf GTI voorzien van (gestolen) [kentekenplaten 3] ) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4 hij op of omstreeks 28 maart 2017 te Beverwijk , in elk geval in Nederland, een (vuur)wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Crevena Zastava), voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de rechtbank.

1 Inleiding

Op 8 oktober 2016 is de auto van [slachtoffer 1] en zijn gezin in parkeergarage het Oranjekwartier in Amsterdam door twee schutters onder vuur genomen. [slachtoffer 1] is hierbij overleden en zijn partner [slachtoffer 2] is zwaargewond geraakt. Hun dochter [slachtoffer 3] is ongedeerd gebleven.

Volgens TCI-informatie uit oktober 2016 was sprake van een persoonsverwisseling: ene ‘ [beoogd doelwit] ’ zou het beoogde doelwit zijn geweest en niet [slachtoffer 1] .

Het onderzoek Mortel richt zich op de betrokkenheid van een aantal verdachten bij deze en enkele andere al dan niet aan de vergismoord gelieerde feiten. Deze feiten liggen thans ter beoordeling aan het hof voor.

In hoger beroep zijn stukken gevoegd uit onderzoek Zwaluw. Dit onderzoek ziet op de betrokkenheid van enkele verdachten uit onderzoek Mortel bij onder meer de liquidatiepoging op [doelwit] in Berlijn. De rechtbank achtte bij vonnis van 13 september 2021 bij de verdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor moord op [doelwit] in Berlijn bewezen. [medeverdachte 3] heeft hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis.

In de strafzaak betreffende het onderzoek Zwaluw zal een andere kamer van het hof te zijner tijd ten aanzien van [medeverdachte 3] beoordelen of de in die zaak ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

2 De standpunten van partijen

2.1 Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan de verdachte onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

2.2 Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de feiten 1 en 2
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2. Daartoe is het volgende aangevoerd.
De verdachte ontkent elke betrokkenheid bij deze feiten. Hij is aanwezig geweest bij het op 15 en 29 juni 2016 ophalen van de (gestolen) voertuigen die gebruikt zijn bij het plegen van het delict op 8 oktober 2016, maar is slechts als passagier meegereden in de Volkswagen Bora, die telkens vóór de betreffende voertuigen uit reed. Niet kan worden bewezen dat dit ophalen van de voertuigen op zijn initiatief heeft plaatsgevonden, omdat enkel [medeverdachte 5] dit heeft verklaard en hij kon zich in hoger beroep als getuige feitelijk niets meer herinneren; steunbewijs hiervoor ontbreekt.
De verklaring van [medeverdachte 2] in hoger beroep dat de verdachte hem heeft gevraagd mee te gaan om de auto’s op te halen, kan niet als steunbewijs dienen, nu [medeverdachte 2] zijn versie heeft kunnen aanpassen aan de onderzoeksbevindingen. Daarnaast kan het enkele ophalen van de van diefstal afkomstige voertuigen niet reeds tot de conclusie leiden dat daarmee sprake is van (voorwaardelijk) opzet op het ondersteunen van de feiten 1 en 2, omdat gestolen voertuigen bij tal van strafbare feiten worden gebruikt en uit niets blijkt dat de verdachte ten tijde van het verplaatsen van de auto’s had moeten weten met welk doel dit gebeurde. Het feit dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] slechts zijn vervolgd wegens heling, bevestigt impliciet dat het openbaar ministerie dit standpunt deelt.
De reisbewegingen op basis van de ARS- en Vialis-gegevens geven slechts aan wanneer een auto een bepaalde gemeente in- en uitrijdt. Dat de verdachte daarbij [plaats 1] en [plaats 2] ‘aandoet’ past in zijn sociale leven, nu hij daar familie heeft en contacten betreffende de handel in hondenvoer. Op basis van de reisbewegingen kan niet worden geconcludeerd dat de betreffende personen elkaar hebben ontmoet en evenmin dat, indien dergelijke ontmoetingen wel zouden hebben plaatsgevonden, deze verband hielden met het tenlastegelegde.
Dat op 1 augustus 2016 de Bora en de Caddy in de buurt van de Mini Cooper van het slachtoffer hebben bewogen, regardeert de verdachte niet, nu zijn telefoon ten tijde hiervan een mast in [plaats 3] aanstraalde.
De verdachte heeft op 6/7 oktober 2016 ook geen betrokkenheid gehad bij het verplaatsen van de Seat Leon van [plaats 4] naar [straat 1] in Amsterdam, nabij de plaats delict. Uit het dossier volgt enkel dat de verdachte en de Volkswagen Bora die dag in [plaats 4] zijn geweest, dat [medeverdachte 4] de verdachte daar heeft gezien en dat de Volkswagen Bora en de Seat Leon daarna rond hetzelfde tijdstip de A9 opreden; dat de verdachte de Seat Leon naar [straat 1] heeft gereden blijkt nergens uit.
De verdachte is ook ten tijde van het delict niet in de nabijheid van de plaats delict geweest, hetgeen bevestiging vindt in het gegeven dat zijn telefoon op 8 oktober 2016 om 17:25 uur een zendmast aan [straat 2] in [plaats 5] aanstraalde. Dit is vlak bij [straat 3] , waar de dochter van [medeverdachte 5] die avond haar verjaardagsfeestje vierde, welk feestje de verdachte heeft bezocht.
De verdachte heeft [medeverdachte 2] op 8 oktober 2016 bij de eindhalte van lijn 33 in [plaats 5] afgezet en hem in de late avond van 8 oktober 2016 naar diens woning in [plaats 6] gebracht. De verklaring van [medeverdachte 2] dat de verdachte hem onderweg naar [plaats 5] een prepaid telefoon en de autosleutel van de Volkswagen Caddy heeft overhandigd met de mededeling dat hij met die prepaid zou worden gecontact, vindt geen bevestiging in andere bewijsmiddelen en is slechts bedoeld om zichzelf te ontlasten. Bovendien heeft [medeverdachte 2] deze verklaring eerst in hoger beroep afgelegd, waardoor [medeverdachte 2] zijn verklaring heeft kunnen aanpassen aan de onderzoeksbevindingen en de inhoud van het vonnis van de rechtbank. Gelet hierop kan slechts dat deel van de verklaring van [medeverdachte 2] als betrouwbaar worden aangemerkt dat bevestiging vindt in een andere bron.
Het is evenmin juist dat de verdachte aan [medeverdachte 2] geld zou hebben gegeven voor het rijden van de auto’s op 8 oktober 2016.
Nergens blijkt uit, dat de verdachte ten tijde van het afzetten van [medeverdachte 2] de Caddy en (één van) de schutters heeft gezien. Het enkele feit dat de Bora en de Caddy allebei rond 15:30 uur zijn geregistreerd, rechtvaardigt die conclusie niet, nog los van het feit dat dit geen bijdrage aan het tenlastegelegde oplevert.
De verdachte heeft ook niet een andere prepaid telefoon van [plaats 5] naar zijn broer [medeverdachte 4] in [plaats 1] gebracht, welke telefoon vervolgens met [medeverdachte 4] mee naar [plaats 2] zou zijn genomen. Niet is gebleken dat slechts één auto in die tijdspanne van [plaats 5] , al dan niet via de omweg [plaats 1] , naar [plaats 2] is gereden. De aanname van de rechtbank, dat de prepaid 3 om 16:20 uur in [plaats 1] uitstraalde, ’dus voordat [verdachte] en [medeverdachte 4] uit [plaats 1] wegrijden”, is onjuist. De prepaid 3 peilde op dat moment in [plaats 2] uit.
De gedragingen van de verdachte, in de optiek van de verdediging enkel bestaande uit het verschaffen van onderdak aan [medeverdachte 2] , het vervoeren van [medeverdachte 2] , het naar huis brengen van [medeverdachte 2] en het op 8 oktober 2016 afzetten van [medeverdachte 2] in [plaats 5] , zijn van zo weinig gewicht en zo ver verwijderd van het tenlastegelegde, dat vrijspraak dient te volgen. Indien het hof uitgaat van gedragingen die een strafrechtelijke betrokkenheid opleveren, stelt de verdediging zich op het standpunt dat dit hoogstens medeplichtigheid zou kunnen opleveren, ware het niet dat er geen enkel bewijs is dat de verdachte die gedragingen heeft verricht met het (voorwaardelijk) opzet om het gronddelict te ondersteunen. Dit geldt ook indien het hof de verklaring van [medeverdachte 2] omtrent het door de verdachte aan hem overhandigen van de sleutel en de prepaid volgt. Ook dan ontbreekt dubbel opzet en zou, indien dubbel opzet wel wordt aangenomen, hoogstens sprake kunnen zijn van medeplichtigheid, temeer nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in de voorfase een zo substantiële rol heeft vervuld, dat dit het gebrek aan uitvoeringshandelingen in de uitvoeringsfase kan compenseren, in welk verband onder meer kan worden verwezen naar het ontbreken van een rol van de verdachte in het onderzoek Zwaluw.
Ten aanzien van feit 3
Ten aanzien van de onder feit 3 ten laste gelegde heling van een Volkswagen GTI is bepleit de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, nu de rechtbank de verdachte van dit (deel)feit heeft vrijgesproken, dan wel is verzocht de verdachte op grond van de motivering van de rechtbank van deze heling vrij te spreken. Ook is vrijspraak bepleit van de eveneens onder feit 3 ten laste gelegde heling van de Volkswagen Caddy en de Seat Leon. Onder verwijzing naar hetgeen ten aanzien van de feiten 1 en 2 naar voren is gebracht, heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte enkel als bijrijder is meegereden om de Caddy en de Seat op te halen en aldus geen beschikkingsmacht over de betrokken voertuigen heeft gehad. Voorts ontbreekt bewijs dat de verdachte wetenschap had van de criminele herkomst van de voertuigen.
De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van feit 4.

3 Het oordeel van het hof

3.1 Relevante feiten en omstandigheden feit 1 tot en met 3
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, in onderling verband en samenhang bezien, gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.1.1 Gegevens van de verdachten in onderzoek Mortel
De verdachten in hoger beroep:
[medeverdachte 2] woonde aan [adres 1] , [vriendin medeverdachte 2] woonde in [adres 2] . Hij gebruikte [telefoonnummer 1] . [medeverdachte 2] had geen eigen auto tot zijn beschikking, maar reed in auto’s van anderen.
[verdachte] woonde aan [adres 3] met [vriendin verdachte] en had als [postadres 1] , het adres van [zus verdachte en medeverdachte 4] en zijn moeder. De verdachte is een oudere broer van [medeverdachte 4] . Hij had [telefoonnummer 2] en reed in een Volkswagen Bora met [kenteken 1] , die op naam stond van na te noemen [medeverdachte 5] (hierna: de Bora).
[medeverdachte 3] woonde tot 6 december 2016 aan de Spatterstraat 184 in [plaats 7] met [vriendin medeverdachte 3] en hun op [geboortedatum] 2016 geboren tweeling. Hij had de beschikking over een recreatiewoning op [camping] aan [adres 5] .
[medeverdachte 3] gebruikte [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] . [medeverdachte 3] had geen rijbewijs maar reed in de auto van zijn vrouw, een Volkswagen Jetta met [kenteken 2] , die op naam stond van zijn [schoonvader medeverdachte 3] , hierna aan de duiden als de Jetta. [medeverdachte 3] reed ook in de auto die op naam stond van zijn moeder, een Suzuki Alto met [kenteken 3] , hierna te noemen de Suzuki. [medeverdachte 3] had onder meer als bijnamen [bijnaam 1 medeverdachte 3] en [bijnaam 2 medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] moeder woonde aan de Vegastraat 166 in [plaats 5] .
De medeverdachten die onherroepelijk zijn veroordeeld:
[medeverdachte 4] woonde aan [adres 7] met [vriendin medeverdachte 4] , gebruikte [telefoonnummer 5] en reed in de volgende huurauto’s: een Mercedes V-klasse met [kenteken 4] , gehuurd van 30 september 2016 tot 6 oktober 2016; een Mercedes Vito met [kenteken 5] , gehuurd van 6 oktober 2016 tot 18 oktober 2016 en een Volkswagen Passat met [kenteken 6] op naam van [zus verdachte en medeverdachte 4] , woonachtig aan [adres 8] . Deze auto’s worden hierna aangeduid als de V-klasse, de Vito en de Passat. Eén van de bijnamen van [medeverdachte 4] is [bijnaam medeverdachte 4] .
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [medeverdachte 4] onder meer voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] en de pogingen tot moord op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 jaar. De rechtbank was van oordeel dat [medeverdachte 4] heeft gehandeld volgens een gedurende langere tijd beraamd en in stappen uitgevoerd plan. Hij is tijdens de voorbereiding en de uitvoering van de moordaanslag alsmede de hierop gevolgde vlucht zeer actief betrokken geweest bij de uitvoering van het plan. [medeverdachte 4] had aanvankelijk hoger beroep ingesteld maar is hierin (op eigen verzoek) niet-ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is dus onherroepelijk.
[medeverdachte 1] woonde aan [adres 9] en gebruikte [telefoonnummer 6] . [medeverdachte 1] reed in de door [medeverdachte 4] gehuurde Vito en V-Klasse.
Eén van de bijnamen van [medeverdachte 1] is [bijnaam medeverdachte 1] .
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [medeverdachte 1] onder meer voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] en de pogingen tot moord op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 jaar. De rechtbank heeft bewezen verklaard dat [medeverdachte 1] één van de twee schutters is geweest en wel de donkere schutter. [medeverdachte 1] had aanvankelijk hoger beroep ingesteld maar is hierin (op eigen verzoek) niet-ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is dus onherroepelijk.
[medeverdachte 5] woonde aan [adres 10] en reed in de Bora, die op zijn naam stond. [medeverdachte 5] gebruikte [telefoonnummer 7] . [dochter medeverdachte 5] vierde op 8 oktober 2016 haar verjaardag op [adres 11] .
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [medeverdachte 5] voor het medeplegen van schuldheling van de Seat Leon, die is gebruikt bij de moord op [slachtoffer 1] onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 80 dagen, waarvan 40 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
[medeverdachte 6] woonde aan [adres 12] en gebruikte [telefoonnummer 8] .
Hij had de beschikking over vier garageboxen in [plaats 4] . De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 9 mei 2018 [medeverdachte 6] voor onder meer het medeplegen van schuldheling van de Volkswagen Caddy met valse kentekenplaten, die is gebruikt bij de moordaanslag op [slachtoffer 1] , onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 weken waarvan 24 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

3.1.2 De moordopdracht op [beoogd doelwit] ; tijdvak april en mei 2016
Uit onderzoek Zwaluw is voor zover hier relevant naar voren gekomen dat vanaf 18 april 2016 met PGP-toestellen (Pretty Good Privacy) berichten zijn gestuurd over ‘het pakken van [beoogd doelwit] colo, een jonge gast met blauwe ogen’.
In mei 2016 heeft [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] (die voorkwam in onderzoek Zwaluw) in zijn PGP-toestel 12 contacten toegevoegd aan het telefoonboek, waaronder op 15 mei 2016 de adressen van [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] onder toevoeging van een bericht. [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] meldde die dag aan [medeverdachte 4] dat hij ze moest zeggen dat hij ze heeft gemaild, en met het verzoek mij onder een andere naam op te slaan.
Op 23 mei 2016 liet [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] aan [medeverdachte 4] weten dat hij de volgende dag iemand zou ontmoeten, die ook met [medeverdachte 4] in Berl was, die [medeverdachte 4] moest aanhoren en kijken wat hij nodig heeft.
Op 25 mei 2015 spraken [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] en [medeverdachte 4] af elkaar te ontmoeten. Een dag later liet [medeverdachte 4] aan [verdachte 2 onderzoek Zwaluw] (voorkomend in onderzoek Zwaluw) weten: die van noord. [verdachte 2 onderzoek Zwaluw] : 21 precies bro bij mc. Daarop liet [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] (die in [plaats 5] woonde) weten: afspraak is precies om 9 uur bij macdonald noord. Neem kanu mee doorgeladen. [medeverdachte 1] : ok maar voor die tijd moet ik jou eerst spreken toch. Op 27 mei 2016 maakte [verdachte 3 onderzoek Zwaluw] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw) een afspraak met [medeverdachte 4] voor een ontmoeting bij de Praxis om 15:00 uur in de omgeving van het Westerpark.
Deze [verdachte 3 onderzoek Zwaluw] berichtte op 28 mei 2016 aan [verdachte 4 onderzoek Zwaluw] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw): die gast die gedaan moet worden is een getinte man. Zuid Amerikaans ofzo maar niet zeker. Naam gio of dio. Hij gaat die nog exact krijgen. Hij woont bij confectiecentrum daar ergens en zet zn wag altijd daar in de parkeergarage. Hij gaat veel uit en heeft een dikke zwarte polo gti. Hij moet zsm loesoe. [bijnaam 2 medeverdachte 4] (bijnaam [medeverdachte 4] ) heeft gevraagd om een foto dat er geen misverstanden gebeuren. En een motor of wag geen bmw.
Op 28 mei 2016 stuurde [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] het bericht aan [medeverdachte 4] : Ben ik weer je kan me hier op bereiken ok. Die je loon geeft elke maand. En kwa info je hebt de ok van ons.
[medeverdachte 4] vroeg aan [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] op 29 mei 2016 of er nog een foto zou komen. [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] : is goed je hebt alle info. Niks meer via tel ok en 1 deze dagen krijg je loon. [medeverdachte 4] : is goed. Gooi alleen voor ita 635eu erbij. Ze hebben nu die bon van ziekenauto gestuurd. En om te huren motor of auto. [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] : blijft ie maar rekeningen krijgen? [medeverdachte 4] : dit zal de laatste moeten zijn. [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] : je bent nu alleen op pica aan het wachten wanneer zou die brengen. [medeverdachte 4] : want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig. Ik wacht tot ik een auto heb want kan daar gewoon gaan kijken als ik een waggie zie.
Op 30 mei 2016 liet [medeverdachte 4] aan [medeverdachte 1] weten: wou wel ff praten met jouw en ita kijken hoe of wt, waarop [medeverdachte 1] antwoordde met: ok.
Op 30 mei 2016 liet [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] aan [medeverdachte 4] weten dat die foto niet ging lukken maar dat die info 1000% was. [medeverdachte 4] : ok jammer was wel lekkerder geweest. En hoe zit het met vervoer? Stuur met loon meteen dan 1500 mee onkosten huren en borg. Kijk ook voor motorscooter.
[verdachte 1 onderzoek Zwaluw] : doe je dingen wat je moet doen voorbereidingen enzo.
[medeverdachte 4] : ik wil een motorscooter huren en een auto. Om te kunnen bewegen. En een genakte motorscooter, zodar die dingen er zijn gaan we bewegen. [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] wilde weten hoeveel dat ging kosten. [medeverdachte 4] : weet niet. Auto is simpel motor daar de borg van is altijd anders. Stuur voor zekerheid 2k. maar een goeie motorscooter sikje is niet de kleinste. [medeverdachte 4] zei dat hij een andere telefoon wilde. Hij ging deze weggooien en wilde geen Blackberry meer.
[verdachte 1 onderzoek Zwaluw] : tel kan je beter na deze klus halen. [medeverdachte 4] : ok doe ik dan hierna. Ik ga morgen de buurt om te vragen. [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] : dan kijk ik maar die gasten zijn heet je hebt gezien met ita. Wat moest ita betalen en wat moest voor die stashplek en 1500 voor huurwaggie?
Op 31 mei 2016 nam [medeverdachte 4] contact op met [medeverdachte 3] met de vraag: wat en hoeveel moest je ook alweer hebben voor ziekenwagen enzo? [medeverdachte 3] : ambu was 485 en die ander is 230, waarna [medeverdachte 4] aan [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] liet weten: Ita 485 en 230, stash 750, huur 2000. Was 6 plus dit is wt hij net doorgeeft. [verdachte 1 onderzoek Zwaluw] : 10500 krijg je.
Het hof leidt uit deze berichten in onderlinge samenhang bezien af dat [medeverdachte 4] de moordopdracht heeft aangenomen (hij moet zsm loesoe) op [beoogd doelwit] , die bij het confectiecentrum woonde, waar hij zijn auto in de parkeergarage parkeerde; dat [medeverdachte 4] graag een foto van het beoogde slachtoffer wilde om een vergissing te voorkomen (want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig); maar dat een foto uiteindelijk niet aan hem is verstrekt; dat [medeverdachte 4] voorbereidingen moest treffen en voor de klus onder meer een motorscooter voor [medeverdachte 1] (Sikje) nodig had en dat hij het plan met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] (Ita) wilde bespreken.

3.1.3 De beschieting van de auto van [slachtoffer 1] op 8 oktober 2016
[slachtoffer 1] woonde met zijn gezin in een appartement aan [adres 13] in Amsterdam West. Hun appartement maakte deel uit van [appartementencomplex] , met een parkeergarage op -1 en -2, waar bewoners en anderen hun auto konden parkeren.
Uit verklaringen van [beoogd doelwit] en [vriendin beoogd doelwit] volgt dat zij tot juli 2016 hebben gewoond aan [adres 14] in Amsterdam en dat zij de zwarte Mini Cooper van [vriendin beoogd doelwit] parkeerden in de parkeergarage van het Oranjekwartier op verdieping -1. Zij hebben hun huis nog enige tijd aangehouden om spullen uit het appartement beetje bij beetje te verhuizen. Om die reden kwamen zij nog af en toe in die parkeergarage.
Het confectiecentrum, waarover in de aangehaalde berichtenwisseling omtrent de moordopdracht op [beoogd doelwit] wordt gesproken en in de buurt waarvan [beoogd doelwit] zou wonen en diens auto zou parkeren, bevindt zich nabij [appartementencomplex] . [slachtoffer 1] heeft net als [beoogd doelwit] een getinte huidskleur en hij parkeerde zijn zwarte Mini Cooper meestal op verdieping -1. Het hof gaat ervan uit dat [beoogd doelwit] het eigenlijke doelwit van de schietpartij is geweest en dat [slachtoffer 1] en zijn gezin als gevolg van het ontbreken van een foto het slachtoffer zijn geworden.
Op 8 oktober 2016 bestuurde [slachtoffer 1] zijn zwarte Mini Cooper met [kenteken 7] de parkeergarage in om deze te parkeren op zijn reguliere parkeerplaats op verdieping -1. Eerder die middag had de verdachte [medeverdachte 2] de schutters in een Volkswagen Caddy de parkeergarage ingereden. In de parkeergarage beschoten de twee schutters de Mini Cooper. De schutters stonden schuin achter elkaar aan de bestuurderszijde van de auto en schoten een aantal malen met semi automatische wapens. [slachtoffer 1] werd onder meer vier maal in zijn hoofd geraakt en daarnaast in zijn linker bovenarm en de linkerzijde van de borstkas. Als gevolg hiervan is hij ter plaatse overleden. Zijn partner [slachtoffer 2] zat voorin de auto naast hem. Zij is als gevolg van verscheidene schotverwondingen zwaargewond geraakt en is buiten bewustzijn naar het VU-ziekenhuis gebracht. Hun dochtertje [slachtoffer 3] , 2,5 jaar jong, zat op de achterbank. Zij bleef ongedeerd. Een getuige heeft [slachtoffer 3] uit de auto gehaald.
Rondom de Mini Cooper werden 16 hulzen en kogels aangetroffen. Op de garagevloer lag veel glas, afkomstig van de linker voor portierruit van de Mini Cooper. Na aanvullend schootbanenonderzoek zijn in en aan de Mini Cooper de volgende schotbeschadigingen vastgesteld: twee in de motorkap en één boven de voorruit, en daarnaast één onder de motorkap en op de achterbank. Op grond van de bevindingen van het schootbanenonderzoek gaat de politie ervan uit dat de Mini Cooper was beschoten vanaf de voorzijde en het linker voorportier.
Bij het onderzoek naar de gebruikte vuurwapens en munitie is geconcludeerd dat de munitie afkomstig is uit twee verschillende vuurwapens van verschillend kaliber.
Twee hulzen zijn vermoedelijk vanaf de voorzijde van de Mini Cooper verschoten met een semi automatisch werkend pistool van het kaliber 9mm Browning Kort, waarvan het merk niet kon worden vastgesteld. Veertien hulzen zijn vermoedelijk verschoten vanaf het linker voorportier van de Mini Cooper met een semi automatisch werkend machinepistool van het kaliber 9 mm parabellum, merk Heckler &Koch model MP5. De afvuursporen in de vier kogels passen eveneens bij dit vuurwapen.
De schutters zijn in de Volkswagen Caddy de parkeergarage uitgereden en hebben hun weg vervolgd via [straat 5] en het fietspad naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats aan [straat 1] . Zij hebben daar de Caddy in brand gestoken en zijn te voet verder gegaan. Verderop in [straat 1] zijn ze opgepikt door de bestuurder van een Seat Leon, de verdachte [medeverdachte 2] , die hen naar [plaats 2] heeft gebracht. Daar is de Seat met autopech gestrand en zijn de drie inzittenden lopend verder gegaan. Eén van de mannen was blank. Zij zijn vervolgens opgepikt door [medeverdachte 4] in een Mercedes Vito.
Het hof zal hierna ten behoeve van de leesbaarheid de parkeergarage in het Oranjekwartier in Amsterdam West ook aanduiden als de PD1 (Plaats Delict 1); de parkeerplaats aan [straat 1] als de PD2 (Plaats Delict 2) en de locatie waar de Seat is aangetroffen als de PD3 (Plaats Delict 3).

3.1.4 De gestolen auto’s die bij de liquidatie zijn gebruikt
Voor de liquidatie op 8 oktober 2016 zijn twee gestolen auto’s gebruikt: een Volkswagen Caddy (hierna ook: de Caddy) en een Seat Leon (hierna ook: de Seat).
a. De Volkswagen Caddy
Op 14 juni 2016 is aangifte gedaan van diefstal in Leiden van een lichtgekleurde Volkswagen Caddy, met [kenteken 8] . In de aangifte werd melding gemaakt van reclameteksten op de auto. Achterop stond de tekst: Eens anders geflitst worden en op de achterruit was een grote letter M aangebracht. Tussen 14 en 15 juni 2016 zijn in Rotterdam [kentekenplaten 1] gestolen van een Volkswagen Caddy.
De gestolen Caddy is op 14/15 juni 2016 in Rotterdam opgehaald en voorzien van de gestolen kentekenplaten naar [plaats 4] gebracht. Hierbij waren betrokken: de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] . [verdachte] had het initiatief daartoe genomen. [verdachte] heeft [medeverdachte 5] opgehaald in de uitsluitend door hen bestuurde Bora en samen hebben zij [medeverdachte 2] in zijn woonplaats [plaats 6] opgehaald. In Rotterdam is [medeverdachte 2] in de gestolen Caddy gestapt en hij heeft deze naar [plaats 4] gereden, [medeverdachte 5] en [verdachte] reden in de Bora voor [medeverdachte 2] uit naar [plaats 4] . [verdachte] kende de route naar [plaats 4] en heeft daar gesproken met [medeverdachte 6] . Het drietal heeft de Caddy in [plaats 4] achtergelaten. [medeverdachte 5] en [verdachte] hebben met de Bora [medeverdachte 2] naar [plaats 6] gebracht en zijn via [plaats 1] naar [plaats 2] gereden. [medeverdachte 5] was die dag de bestuurder van de Bora.
Op 20 juni 2016 is de Caddy van [plaats 4] verplaatst naar [plaats 1] , de telefoon van [medeverdachte 6] bewoog tijdens deze rit mee en vervolgens is de Caddy van [plaats 1] naar [plaats 5] gebracht. De telefoon van [medeverdachte 1] peilde rond 22:58 uur uit in [plaats 1] , waar de Caddy tien minuten later vertrok. De telefoon van [medeverdachte 1] peilde rond 23:24 uur uit in [plaats 5] .
Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte 6] de Caddy van [plaats 4] naar [plaats 1] heeft gereden en dat [medeverdachte 1] de Caddy van daaruit naar [plaats 5] heeft gereden.
Op 27 juni 2016 is de Bora rond 21:00 uur naar [plaats 6] gereden, daar is [medeverdachte 2] opgehaald en de Bora is vervolgens in de richting van de A4 gereden. Van 27 op 28 juni 2016 rond middernacht is de Caddy geregistreerd, rijdend vanuit [plaats 5] naar Amsterdam West; alsmede op 28 juni 2016 rond 00:26 uur en opnieuw rond 01:19 uur is de Caddy vlakbij de parkeergarage van het Oranjekwartier geregistreerd. De Bora was die nacht rond 02:00 uur in [plaats 1] .
De Caddy is daarna op 28 juni 2016 voor het eerst weer in [plaats 5] geregistreerd rond 21:30 uur.
b. De Seat Leon
Op 21 juni 2016 is in Rotterdam aangifte gedaan van diefstal in de periode van 20-21 juni 2016 van een zwarte Seat Leon met [kenteken 9] . Op de auto zijn nadien duplicaat kentekenplaten aangebracht: [kentekenplaten 2] .
De gestolen Seat is op 28 juni 2016 in Rotterdam opgehaald door [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] . Het initiatief daartoe kwam wederom van [verdachte] . [medeverdachte 2] bestuurde de Seat en reed daarbij enkele minuten achter de Bora naar [plaats 5] . Volgens [medeverdachte 5] wist [medeverdachte 2] niet hoe hij moest rijden en reed [medeverdachte 5] met [verdachte] in de Bora vóór hem uit om de weg te wijzen. Daarna reed de Bora door naar [plaats 1] .
De Seat is in de nacht van 12 op 13 juli 2016 van [plaats 5] verplaatst naar [plaats 4] .
De Seat is op de avond van 6 oktober 2016 rond 23:30 uur vanuit [plaats 4] vertrokken, evenals de Bora en de door [medeverdachte 4] vanaf die dag gehuurde Vito.
[medeverdachte 3] vertrok met de Jetta rond 23:02 uur uit [plaats 7] in zuidelijke richting.
Daaraan voorafgaand had de verdachte met de Bora [medeverdachte 2] opgehaald van station Zoetermeer; zij zijn naar de woonplaats van de verdachte in [plaats 3] gereden en de Bora is vervolgens rond 22:41 uur naar [plaats 4] gereden.
[medeverdachte 4] was met de Vito vanaf 20:59 uur in [plaats 4] . Hij heeft verklaard dat hij bij [medeverdachte 6] was en dat hij zijn broer [verdachte] die avond in [plaats 4] had gezien.
Het hof gaat er net als de rechtbank vanuit dat de verdachte die avond de Bora heeft bestuurd.
De Bora en de Seat reden na het verlaten van [plaats 4] direct door naar [plaats 2] . De Vito reed via de woning van [medeverdachte 1] eveneens door naar [plaats 2] en kwam bij [straat 4] aan rond 00:30 uur. Rond 00:45 uur reed de Vito, enkele minuten vóór de Seat, van [plaats 2] naar Amsterdam. De Seat werd die nacht voor het laatst geregistreerd rond 01:02 uur op de N200 ter hoogte van de afslag Klimopweg.
De Vito heeft die nacht rond 01:50 uur korte tijd stilgestaan in de omgeving van de woning van [medeverdachte 1] in [plaats 5] , is teruggereden naar [plaats 2] , waar de Vito aankwam rond 02:44 uur en tenslotte rond 03:04 uur is vertrokken naar [plaats 1] .
De Jetta, waar [medeverdachte 3] in reed, was op 6 oktober 2016 rond 23:02 uur uit [plaats 7] vertrokken en reed weg uit [plaats 2] op 7 oktober rond 03:07 uur.
De Bora is rond 03:11 uur vanuit [plaats 2] vertrokken in de richting van [plaats 3] . De verdachte en [medeverdachte 2] zijn die nacht rond 03:45 uur in [plaats 3] door de politie staande gehouden met de Bora.
De Seat stond vanaf 7 oktober 2016 08:00 uur geparkeerd op een parkeerplaats op [straat 1]
waar hij op 8 oktober 2016 ‘s middags nog stond.
Het hof interpreteert deze reisbewegingen conform de verklaring van [medeverdachte 2] omtrent het koudzetten van de Seat. In de nacht van 7 oktober 2016 heeft [medeverdachte 2] de Seat met [medeverdachte 4] als bestuurder en [medeverdachte 1] in de Vito naar een parkeerplaats aan [straat 1] in Amsterdam West gebracht. De Seat is daar achtergebleven en [medeverdachte 2] is daarna in de Vito met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] teruggereden naar [plaats 2] . De verdachte was daar toen. [medeverdachte 2] is met de verdachte vanaf [plaats 2] in de Bora meegereden naar diens huis in [plaats 3] , waar hij heeft overnacht, wat hij wel vaker deed.

3.1.5 De verklaring van medeverdachte en getuige [medeverdachte 2] ter terechtzitting in hoger beroep over 8 oktober 2016
Op 8 oktober 2016 ’s middags heeft de verdachte in de Bora [medeverdachte 2] afgezet in Amsterdam Noord ;
[medeverdachte 2] kreeg onderweg van de verdachte een Nokia 105 prepaid telefoon (PP1) met diens mededeling dat hij deze moest aanzetten en dat hij daarop gecontact zou worden; de prepaid is onderweg geactiveerd. [medeverdachte 2] heeft de telefoon aangezet. [medeverdachte 2] heeft toen van de verdachte ook de autosleutels van de Caddy gekregen.
[medeverdachte 2] is in Amsterdam Noord als bestuurder in de Caddy gestapt en tegelijkertijd zijn twee mannen achterin ingestapt (opmerking hof: de latere schutters in de parkeergarage), onder wie de medeverdachte [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] heeft op aanwijzingen van [medeverdachte 1] de twee mannen in de Caddy vervoerd van Amsterdam Noord tot in de parkeergarage het Oranjekwartier , waar [medeverdachte 2] een kaartje trok en naar beneden is gereden. [medeverdachte 1] legde [medeverdachte 2] uit welke route hij vanuit de parkeergarage moest lopen om bij de gereedstaande Seat te komen. [medeverdachte 1] zei dat hij in de Seat moest gaan zitten en op een seintje moest wachten. [medeverdachte 2] had de autosleutels van de Seat toen al. [medeverdachte 2] heeft de Caddy met de twee inzittenden in de parkeergarage achtergelaten.
[medeverdachte 2] heeft de garage lopend verlaten. Hij is via de opgegeven route naar de parkeerplaats aan [straat 1] gelopen en is op de achterbank van de Seat gaan liggen. [medeverdachte 2] droeg een rode trui met capuchon en een lange lederen jas. [medeverdachte 2] heeft via de PP1 sms-contact onderhouden met de schutters in de parkeergarage, die ook beschikten over een prepaid telefoon, de PP2, en daarnaast met de PP3, een prepaid telefoon waarvan hij door de vraagstelling in een sms-bericht begreep dat [medeverdachte 4] deze in gebruik had. [medeverdachte 2] heeft gezien dat in de PP1 twee verschillende telefoonnummers waren opgeslagen.
Zoals hiervoor, in 3.1.3 reeds is vermeld, heeft vervolgens de schietpartij in de parkeergarage plaatsgevonden, waarna de schutters in de Caddy de parkeergarage zijn uitgereden, zij de Caddy in brand hebben gestoken en in [straat 1] door [medeverdachte 2] in de Seat Leon zijn opgehaald.
De schutters hadden een tas bij zich, die een meter lang was, en hebben deze op de achterbank of in de kofferbak van de Seat gelegd. [medeverdachte 2] is op aanwijzingen van [medeverdachte 1] met hen naar [plaats 2] gereden, waar de Seat een lekke band kreeg. [medeverdachte 2] heeft de Seat toen een berm ingereden. De drie mannen hebben de Seat achtergelaten en zijn gezamenlijk te voet verder gegaan; zij hebben ongeveer twintig minuten gelopen. [medeverdachte 2] heeft gezien dat één van de twee anderen een prepaid telefoon bij zich had. [medeverdachte 2] heeft zijn prepaid telefoon in [plaats 2] in de berm weggegooid, omdat [medeverdachte 1] hem dat had opgedragen. [medeverdachte 2] heeft in [plaats 2] gezien dat [medeverdachte 1] of de andere man de tas uit de Seat heeft gepakt. Eén van hen heeft die tas tijdens de wandeling meegenomen en deze is ergens op de looproute in de bosjes verstopt. Tenslotte heeft [medeverdachte 4] de drie mannen opgepikt met de Vito. Ze zijn met z’n vieren in de auto naar [medeverdachte 4] huis in [plaats 1] gegaan, waar ze enige tijd zijn gebleven. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] naar [plaats 5] gebracht, waar hij het feestje van [dochter medeverdachte 5] heeft bezocht. De verdachte heeft [medeverdachte 2] die avond rond 20:00 uur naar zijn huis in [plaats 6] gebracht.

3.1.6 Gebruik van drie prepaid telefoons op 8 oktober 2016
[medeverdachte 2] heeft op 4 mei 2017 de plaats in [plaats 2] aangewezen waar hij op 8 oktober 2016 de door hem gebruikte PP1 had weggegooid. Het toestel lag daar nog. Aan de hand van de daarop aangetroffen gegevens kon een reconstructie worden gemaakt van de sms-berichten die van en naar dat toestel zijn gestuurd op 8 oktober 2016. Uit het historisch overzicht van de drie prepaid toestellen blijkt het volgende.
De PP1, 2 en 3 zijn tussen 15:12 en 15:17 uur geactiveerd, alle onder aanstraling van [zendmast 2] in Amsterdam Noord .
De PP1, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik was bij [medeverdachte 2] , had het [telefoonnummer PP1] . Deze is actief geweest vanaf 8 oktober 2016 om 15:12 uur tot en met 9 oktober 2016 om 7:18:25 uur. De PP2 met [telefoonnummer PP2] was actief op 8 oktober 2016 van 15:16 tot 18:09:26 uur. De PP3 met [telefoonnummer PP3] was actief op 8 oktober 2016 van 5:17:36 tot 18:09:26 uur. Op de laatstgenoemde tijdstippen straalden de drie telefoons steeds dezelfde zendmast in [plaats 2] aan.
Uit de bevindingen met betrekking tot het sms-verkeer tussen de PP1 enerzijds en de PP2 / PP3 anderzijds volgt dat de PP2 werd gebruikt door de schutters in de parkeergarage en dat de PP3 werd gebruikt door een derde, waarvan kon worden vastgesteld dat dit (hoofdzakelijk) [medeverdachte 4] was.

3.1.7 De camerabeelden in de parkeergarage in samenhang met prepaid-gegevens en reisbewegingen van de Bora, de Caddy, de Seat en de Vito.
Van een groot aantal camera’s uit de parkeergarage het Oranjekwartier (PD1) zijn relevante beelden verkregen, die hierna in chronologische volgorde (vetgedrukt) worden weergegeven.
De gegevens met betrekking tot de prepaid toestellen worden eveneens in het schema (cursief gedrukt) weergegeven, om deze te kunnen bezien in onderling verband en samenhang met de camerabeelden.
Tussen 15:15 en 15:21 uur hebben de gebruikers van de PP2 en de gebruiker van de PP3 onderling contact gehad. De inhoud hiervan is niet bekend geworden omdat deze telefoons niet zijn aangetroffen.
Tenslotte worden in deze tijdlijn eveneens de verkregen gegevens met betrekking tot de reisbewegingen van de Bora (bestuurd door de verdachte) en de Vito (bestuurd door [medeverdachte 4] ) vermeld (in vetgedrukte cursieve letters).
Het hof gaat ervan uit dat de Bora in het relevante tijdsbestek werd gebruikt door de verdachte, op grond van de eensluidende verklaringen die inhouden dat [medeverdachte 5] (de enige medegebruiker van de Bora) op
8 oktober vanaf rond 13:30 uur tot ’s avonds laat in de woning van zijn ex-vrouw en dochter aan [adres 11] op een feestje is aanwezig is geweest.
Tijdstip
Gebeurtenis 8 oktober 2016
13:30
[medeverdachte 2] schakelt zijn telefoon uit
14:42:12
Start weergave camerabeelden parkeergarage het Oranjekwartier
14:42:12
Een zwarte Mini Cooper met [kenteken 7] rijdt de garage uit
15:12
Activatie PP1 van [medeverdachte 2] , onder bereik van [zendmast 2] , omgeving [plein 1] Amsterdam Noord .
De Bora is in de omgeving van het [plein 1] in Amsterdam Noord .
[verdachte] zet [medeverdachte 2] af.
15:16 en 15:17
Activatie PP2 (15:16) en PP3 (15:17) eveneens onder bereik van [zendmast 2] , omgeving [plein 1] Amsterdam Noord .
[medeverdachte 2] begeeft zich naar de Caddy en de twee schutters stappen bij hem in de Caddy in.
Tot 15:22
Vooral contact tussen PP2 en PP3, inhoud berichten onbekend
15:28
De Bora en Caddy rijden met 1 minuut verschil door de Coentunnel in Amsterdam West. De telefoon van [medeverdachte 1] wordt uitgeschakeld.
15:41
Boven aan de inrit staat de Caddy voor de omhoogstaande slagboom. Het raam van de bestuurder is omlaag. De Caddy rijdt de parkeergarage in en rijdt daar twee rondjes.
15:47
De Caddy wordt verplaatst en rijdt van rechts naar links en slaat rechtsaf.
Een man verlaat lopend de parkeergarage. Hij draagt een lange zwarte lederen jas en daaronder een rode trui met capuchon.
Na 15:48
De Caddy is buiten het bereik van een camera en dus niet meer in beeld.
15:51
De Bora met [verdachte] is in [plaats 1] in de omgeving van de woning van zijn broer [medeverdachte 4]
16:00:02
Een zwarte Mini Cooper rijdt de garage in.
16:04
PP1 en PP2 stralen een zendmast in de omgeving van de parkeergarage aan
16:16
PP2 aan PP1: zit achterin waggie
16:17
PP1 aan PP2: ja
16:20
de PP3 straalt cell-id [straat 6] in [plaats 2] aan
16:26
Een man, die later is herkend als [slachtoffer 1] , komt met een vrouw en een kind uit de lift en zij betreden de parkeergarage
16:28
Een zwarte Mini Cooper met [kenteken 7] stopt ter hoogte van de slagboom om het buitenste hek te openen. De bestuurder is het latere mannelijke slachtoffer.
16:29:10
De zwarte Mini Cooper rijdt de garage uit.
16:35
De Bora rijdt van [plaats 1] naar de A4. De Vito rijdt naar [straat 4] in [plaats 2] .
16:38
De Caddy wordt drie parkeerplaatsen vóór de lift vooruit ingeparkeerd.
De autoverlichting wordt gedoofd.
Opmerking verbalisanten: de Caddy staat nu vrijwel direct tegenover de plek waar de zwarte Mini Cooper van [slachtoffer 1] normaliter wordt geparkeerd.
16:45
PP3 straalt [zendmast 3] [plaats 2] aan, Cell-id [straat 6]
16:48
PP3 aan PP1: Zit je goed?
16:51
PP1 aan PP3: Nee en het is druk
16:52
PP3 aan PP1: OK em nu
16:53
PP1 aan PP3: bikkelen
16:53
PP3 aan PP1: waar zijn de andere
16:54
PP1 aan PP3: binnen
16:55
PP3 aan PP1: hun hebben bereik
16:56
PP1 aan PP3: ja
16:57
PP3 aan PP1: Ok heb ze gesproken
17:28:20- 17:29:30
PP1 aan PP2: Kan ik me benen ff strekken ik krijg kramp
17:28:59
De zwarte Mini Cooper met [kenteken 7] rijdt de parkeergarage in.
Een lichtschijnsel is zichtbaar op de achterkant van de Caddy.
17:30:11
Uit de Caddy links achter stapt een man in lichtkleurige broek, donkere schoenen met lichte zool en donkere jas (NN1). Uit de Caddy stapt aan de rechterkant een man met donkere broek en donkere schoenen (NN2).
Beide mannen rennen direct schuin naar achteren in de richting van de zwarte Mini Cooper.
17:30:17
17:30:21
NN2 loopt met versnelde pas terug naar de rechterkant van de Caddy.
NN1 komt terug bij de Caddy en verdwijnt rechts uit beeld.
Verbalisant: beide mannen stappen rechts in.
17:30:33
De remlichten van de Caddy gaan aan, de Caddy rijdt weg, tegen de rijrichting in.
17:31:12
De Caddy rijdt met hoge snelheid langs de camera. De inzittenden zijn niet waar te nemen.
17:31:15
De Caddy rijdt achter een grijze Seat Ibiza Station de parkeergarage uit.
Het hof stelt met betrekking tot de verdere gang van zaken op 8 oktober 2016 vast op grond van getuigenverklaringen, in combinatie met de waargenomen reisbewegingen van de Vito en de Bora en de overige relevante telefoongegevens (in cursief)).
De Caddy rijdt de parkeergarage uit in [straat 5] en rijdt met hoge snelheid via het fietspad naar de parkeerplaats bij het eerste flatgebouw aan [straat 1] , waar [medeverdachte 2] enige tijd heeft zitten wachten in de Seat (PD2). De getuige op het fietspad heeft gezien dat de bestuurder van de Caddy een donkere huidskleur had.
17:38
De Caddy staat in brand, [getuige 1] maakte filmopnamen van twee rennende mannen: een man had een donkere huidskleur; de ander droeg een lichtkleurige broek. Zij renden weg van de brandende Caddy. De getuige zag dat de donkere man de andere man voorbij rende. Op de opnamen is te zien dat de donkere man (NN2) een telefoon aan zijn oor hield.
17:38
PP2 plaatst een oproep naar PP1, die niet wordt beantwoord.
17:39
NN1 draagt een langwerpige tas en gooit iets in het water.
NN1 en NN2 lopen verder langs de waterkant langs de flatgebouwen van [straat 1] .
[medeverdachte 2] komt in de Seat aangereden op [straat 1] . NN1 stapt links achterin en NN2 rechts achterin. Rechts achterin de Seat is DNA van [medeverdachte 1] aangetroffen.
17:43
De Seat rijdt over de A10.
17:43
PP2 neemt contact op met PP3, die wordt aangestraald door een zendmast in [plaats 2] , [straat 6] omgeving [adres 8] .
17:48
De Seat strandt in [plaats 2] met een lekke band. [medeverdachte 2] en de twee schutters laten de Seat achter en lopen over [straat 7] en [straat 8] in [plaats 2] . Op camerabeelden is [medeverdachte 2] te zien met een donkere lange lederen jas met daaronder een rode trui met capuchon.
[getuige 2] zag dat de zwarte Seat in de berm parkeerde en er drie forse mannen uitstapten, ze staken de weg over en liepen hem tegemoet; ze passeerden elkaar uiteindelijk. De getuige zag dat de mannen kort daarvoor een capuchon op deden. De getuige keek één van hen recht in de ogen aan, een donkergetinte man. Er was ook een blanke man en een andere donkere man.
17:49
De Vito rijdt vanaf [straat 4] in [plaats 2] .
De PP3 beweegt in dezelfde richting mee.
17:52 en 17:53
NN2, de donkere man heeft een telefoon aan zijn oor, terwijl het uit de Seat afkomstige drietal in de omgeving van MacDonalds in [plaats 2] loopt.
PP2 neemt tevergeefs contact op met PP3.
17:53
PP2 neemt contact op met PP3. PP2 en PP3 zijn gedurende 5,3 minuten in gesprek.
Het drietal bevindt zich in de omgeving van [straat 8] in [plaats 2] .
18:00
De Vito bevindt zich op [straat 9] in [plaats 2] .
Kort na 18:00
Stills van camerabeelden die zijn gemaakt op [straat 7] in [plaats 2] tonen drie lopende mannen gaande in de richting van [straat 6] in [plaats 2] .
Op stills van camerabeelden bij [casino] is een man te zien, gekleed in een rode trui, zwarte pet en een lange zwarte jas.
18:09:26
De PP1, PP2 en PP3 stralen dezelfde zendmast in [plaats 2] aan.
De PP2 en PP3 worden tegelijkertijd op non-actief gezet.
[medeverdachte 2] gooit PP1 in de berm.
18:20
De Vito beweegt in de richting van [adres 8] .
18:28
De Vito rijdt vanuit [plaats 2] naar [plaats 1] .
18:28
De zwarte Seat wordt aangetroffen in de berm op [straat 7] in [plaats 2] , net naast de afslag in de richting van [plaats 1] (PD3). De banden van de Seat waren leeg; één band was gescheurd. Een verbalisant zag op de vloerplaat vóór de bijrijdersstoel een doorzichtige Coca Cola fles helemaal gevuld met gele vloeistof. Na onderzoek bleek de fles motorbenzine te bevatten. Op/in de dop van de fles is DNA van [medeverdachte 1] aangetroffen. In de Seat is verder DNA aangetroffen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .
18:30
De Caddy wordt brandend aangetroffen op de parkeerplaats aan [straat 1] .
Forensisch onderzoek heeft uitgewezen dat de Caddy van binnen volledig was uitgebrand. In het voertuig zijn geen delict gerelateerde voorwerpen aangetroffen.
19:15
De Vito rijdt vanuit [plaats 1] naar Amsterdam Noord , de telefoon van [medeverdachte 1] bewoog mee.
De Vito zet [medeverdachte 2] af bij [adres 11] . [medeverdachte 2] is op bezoek bij het feest van [dochter medeverdachte 5] .
20:13
De Bora rijdt in de omgeving van [straat 2] in [plaats 5] .
[verdachte] is op bezoek op het feest van [dochter medeverdachte 5] .
20:27
De Vito vertrekt uit [plaats 1] naar [adres 11] .
[medeverdachte 4] is kort op bezoek op het feest van [dochter medeverdachte 5] .
20:40
De Bora en de Vito zijn in de omgeving van [adres 11] , evenals de telefoon van [verdachte] .
20:46
De Bora rijdt van [adres 11] naar [plaats 6] , [verdachte] brengt [medeverdachte 2] naar huis.
22:04
De telefoon van [medeverdachte 2] is ingeschakeld in [plaats 6] .
[verdachte] rijdt met de Bora naar [adres 11] .
9 oktober
00:50
De telefoon van [verdachte] straalt [zendmast 4] en [zendmast 5] aan in Amsterdam Noord .
De Bora rijdt naar [adres 10] , waar [verdachte] [medeverdachte 5] heeft afgezet.
01:28
[medeverdachte 3] rijdt in de Suzuki op de N246 in Noordelijke richting naar [plaats 7] .
01:44
De telefoon van [verdachte] is in [plaats 3] .

3.1.8 Reisbewegingen in de periode september 2016
Uit ARS-registraties, al dan niet in combinatie met gegevens over telefoongebruik, zijn reisbewegingen in de relevante periode van een aantal voertuigen (de Jetta, Suzuki, Bora, Passat, V-Klasse, Vito en Seat) naar voren gekomen.
De medeverdachte [medeverdachte 3] heeft tijdens zijn verhoor als verdachte op 7 december 2017 met betrekking tot de expliciet voorgehouden reisbewegingen erkend dat hij toen in de Jetta heeft gereden; hij was degene die naar [plaats 1] is gereden, vooral ’s nachts; het kwam vaker voor dat hij midden in de nacht vertrok.
Op grond van de ARS-registraties kan worden vastgesteld dat de Jetta op na te noemen data in de volgende plaatsen was:
In [plaats 2] op 6 en 7 oktober 2016 (er zijn geen registraties van de Jetta in [plaats 2] in de periode van 8 oktober 2016 tot 12 juli 2017);
in [plaats 1] op 30 september, 2, 4 en 7 oktober 2016 (er zijn geen registraties van de Jetta in [plaats 1] in de periode van 8 oktober 2016 tot 12 juli 2017).
[medeverdachte 3] reed in de Jetta en ook in de Suzuki van zijn moeder; hij heeft verklaard dat zij in deze periode op vakantie in Spanje was. Zoals eerder is opgemerkt, reed [medeverdachte 3] op 9 oktober 2016 rond 01:28 uur in de Suzuki op de N246 in [plaats 7] in Noordelijke richting.
Schematische samenvatting van de relevante reisbewegingen 3 september tot en met 8 oktober 2016
Datum
Bora
[verdachte]
Jetta
[medeverdachte 3]
Passat
V-klasse
Vito
[medeverdachte 4] / [medeverdachte 1]
03-09-16
en
04-09-16
Vanaf 17:44 uur in Amsterdam, [straat 10] /
[straat 11] tot
4 september 05:30 uur
( [verdachte] en [medeverdachte 5] )
[medeverdachte 6] was daar ook om 17:44 uur
[medeverdachte 4] was daar vanaf 21:16 uur
[medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] daar weg rond 05:30 uur
29-09-16
14:38 tot 15:34 uur:
in [plaats 1]
23:52 uur: vertrek uit [plaats 7]
30-09-16
15:30 uur: in [plaats 1]
16:55 uur: telefoon [verdachte] in [plaats 1]
00:41 tot 01:21 uur: in [plaats 1]
[verdachte] / [medeverdachte 2] in Passat hebben
[medeverdachte 4] afgezet bij Diks autoverhuur
[medeverdachte 4] huurde de V-klasse
16:55 uur: telefoon [medeverdachte 4] in [plaats 1]
02-10-16
21:11 uur: van [plaats 3] naar [plaats 1]
21:31 uur: aankomst in [plaats 1]
Telefoon [verdachte] bewoog mee
22:12 uur: van [plaats 1] naar [plaats 2]
23:28 uur: van [plaats 2] naar [plaats 1]
23:37 uur: van [plaats 1] naar [plaats 2]
21:10 uur: van [plaats 7] naar [plaats 1]
22:01 uur: aankomst in [plaats 1]
23:38 uur: van [plaats 1] naar [plaats 2]
04-10-16
20:25 uur: van [plaats 7] naar
[plaats 1]
23:30 uur: van [plaats 1] naar [plaats 2] naar [plaats 7]
23:51 uur: aankomst in [plaats 7]
20:04 uur: V-klasse in [plaats 5] (telefoon [medeverdachte 1] )
20:21 uur: van [plaats 5] naar [plaats 1]
20:57 uur: van [plaats 1] naar Amsterdam West
21:06 uur: V-klasse (telefoon [medeverdachte 4] ) van [plaats 1] naar afslag S106 (Cornelis Lelylaan) 21:37 uur van Cornelis Lelylaan naar Oostoever
V-klasse via [plaats 5]
22:10 uur: naar [plaats 1]
(telefoon [medeverdachte 1] bewoog eerder die dag mee met V-klasse)
21:21- 21:41 uur: diverse belbewegingen met telefoon van [medeverdachte 4]
23:28 uur: V-klasse (telefoon [medeverdachte 1] bewoog mee) van [plaats 1] via [plaats 2] naar [straat 12] (Amsterdam)
06-10-16
en
nacht van
07-10-16
[verdachte] haalde [medeverdachte 2] op uit Zoetermeer zij reden naar [plaats 3]
22:41 uur: Bora naar [plaats 4]
Rond 23:30 uur: Bora met Seat en Vito weg uit [plaats 4]
Bora en Seat naar [plaats 2]
Bora, Seat en Vito op [parkeerplaats 1]
(Seat en Vito naar Amsterdam)
03:11 uur: Bora weg uit [plaats 2]
03:45 uur: [verdachte] en [medeverdachte 2] in
Bora aangehouden in [plaats 3]
23:02 uur: rijdt van [plaats 7] in zuidelijke richting
03:07 uur: weg uit [plaats 2]
[medeverdachte 4] heeft de Vito gehuurd.
16:56 uur [plaats 5] [medeverdachte 4] belde [verdachte] .
20:30 uur: [medeverdachte 4] in Vito van [plaats 1] naar [plaats 4]
20:59 uur: Vito geparkeerd bij ingang woning [medeverdachte 6] ;
[medeverdachte 4] heeft [verdachte] in [plaats 4] gezien
Rond 23:30 uur: van [plaats 4] via [plaats 5] naar [plaats 2] . (00:30 vlakbij [straat 13] )
Vito [parkeerplaats 1] [plaats 2]
00:44 uur: van [plaats 2] naar Amsterdam. Reed op N205 enkele minuten voor de Seat.
02:03 uur: bij woning [medeverdachte 1] in [plaats 5]
02:45 uur: naar [plaats 2]
03:04 uur: weg uit [plaats 2]
03:13 uur: in [plaats 1]
07-10-16
[verdachte] en [medeverdachte 2] in [plaats 3]
Met Bora [medeverdachte 5] opgehaald in Amsterdam; naar
[plaats 5]
20:00 uur: naar [plaats 1]
20:52 uur: aankomst in [plaats 1]
23:08 uur: weg uit [plaats 1]
(telefoon [verdachte] )
Bora naar de woning [medeverdachte 5]
23:36 uur: telefoon [medeverdachte 2] op het Wi-Fi netwerk van [medeverdachte 5]
20:52 tot 23:08 uur: Bora in [plaats 1]
21:10 uur: van [plaats 7] naar
[plaats 1]
21:57 uur: aankomst in [plaats 1]
23:21 uur: weg uit [plaats 1]
00:21 uur: aankomst in [plaats 7]
Het hof leidt hieruit, in onderling verband en samenhang bezien met de eerder vermelde feiten en omstandigheden, het volgende af:
Op 3 september en in de nacht van 4 september 2016 zijn [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] vanaf 21:16 uur tot 05:30 uur op dezelfde locatie geweest, [medeverdachte 6] is even weggegaan en teruggekomen.
Op 29 september 2016 is de verdachte ‘s middags een uur in [plaats 1] geweest en [medeverdachte 3] was in de nacht van 29 op 30 september 2016 in [plaats 1] . [verdachte] is op 30 september 2016 ‘s middags in [plaats 1] geweest; hij heeft met [medeverdachte 2] in de Passat (de auto van [zus verdachte en medeverdachte 4] ) [medeverdachte 4] naar het autoverhuurbedrijf Diks gebracht die daar de V-klasse heeft gehuurd.
Op 2 oktober 2016 zijn [medeverdachte 3] en de verdachte beiden in [plaats 1] geweest; zij waren daar in elk geval tegelijkertijd vanaf 22:01 uur (het aankomsttijdstip van [medeverdachte 3] , terwijl [verdachte] daar toen al was) tot 22:12 uur (het eerste vertrekmoment van [verdachte] ), terwijl [medeverdachte 3] na terugkomst van [verdachte] slechts 1 minuut later dan [verdachte] [plaats 1] heeft verlaten. Het hof acht geenszins uitgesloten dat zij elkaar hebben ontmoet bij [medeverdachte 4] , mede omdat enige te verifiëren concrete verklaring van een van beiden over die avond ontbreekt.
Op 4 oktober 2016 zijn [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] beiden in [plaats 1] geweest. Gezien het tijdstip waarop [medeverdachte 3] uit [plaats 7] was vertrokken en gezien de duur van de terugreis van [medeverdachte 3] die avond (21 minuten), acht het hof aannemelijk dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] daar onderscheidenlijk in de Jetta en V-klasse rond hetzelfde tijdstip zijn aangekomen. Zij zijn uiteindelijk met enkele minuten verschil rond 23:30 uur uit [plaats 1] vertrokken. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij die avond [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] beiden heeft gezien.
Het hof stelt vast dat de V-klasse uit [plaats 1] is vertrokken nadat deze en de Jetta daar waren aangekomen. De telefoon van [medeverdachte 4] bewoog mee, terwijl de V-klasse reed naar Amsterdam West, in de omgeving reed van de parkeergarage het Oranjekwartier . Vanuit [plaats 1] bewoog de V-klasse zich naar de afslag S106, de Cornelis Lelylaan in Amsterdam West en vandaar uit naar Oostoever. De V-klasse deed daar 20 minuten over. Volgens de routeplanner op google maps duurt deze rit met een auto normaal gesproken 8 minuten. Daarna is de V-klasse via [plaats 5] teruggekeerd in [plaats 1] .
Het hof acht het gezien het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien niet uitgesloten dat [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] deze rit heeft gemaakt. [medeverdachte 3] heeft in zijn verklaring over zijn aanwezigheid in [plaats 1] , ook op deze avond, slechts volstaan met de zeer algemene uitleg van bezigheden die te maken hadden met de handel in soft drugs.
Het hof acht niet aannemelijk dat [medeverdachte 3] in Amstelveen op [medeverdachte 4] zou hebben gewacht, terwijl [medeverdachte 4] daar mogelijk geruime niet was, om uiteindelijk pas 2,5 uur later te vertrekken. Het hof acht de algemene niet te toetsen stelling van [medeverdachte 3] dat het wel vaker voorkwam dat hij op de te leveren softdrugs moest wachten, volstrekt ontoereikend.
Op 6 oktober en in de nacht van 7 oktober 2016 is de reeds in juni 2016 gestolen Seat verplaatst van [plaats 4] naar de parkeerplaats aan [straat 1] in Amsterdam. Het hof verwijst hiervoor ook naar hetgeen hierover is vermeld in het hoofdstuk betreffende de bij de liquidatie gebruikte Seat.
De verdachte en [medeverdachte 2] zijn op 6 oktober 2016 ‘s avonds in de Bora naar [plaats 4] gereden, waar [medeverdachte 4] al was met de Vito. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij bij [medeverdachte 6] was en dat hij de verdachte die avond in [plaats 4] heeft gezien. De Bora en de Seat reden van [plaats 4] naar [plaats 2] , terwijl de Vito via de woning van [medeverdachte 1] naar [plaats 2] is gereden.
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 4] in de Seat naar Amsterdam is gereden en dat [medeverdachte 1] in de Vito ook naar de parkeerplaats aan [straat 1] is gereden.
Het hof neemt deze verklaring van [medeverdachte 2] als uitgangspunt en concludeert op grond van het voorgaande dat [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] bij diens woning in [plaats 5] heeft opgehaald; dat [medeverdachte 1] in [plaats 2] in de Vito is gebleven en dat [medeverdachte 4] daar in de Seat is overgestapt, waarna beide auto’s naar [straat 1] zijn gereden. Nadat de Seat door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] daar was gereedgezet, zijn [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de Vito naar [plaats 5] gereden, waar [medeverdachte 1] is afgezet. De Vito is daarna naar [plaats 2] gereden, van waaruit [medeverdachte 2] tenslotte met [verdachte] in de Bora naar [plaats 3] is gereden.
Het hof is van oordeel dat hieruit minst genomen volgt dat de verdachte (met de Bora) aanwezig was bij het vertrek van de Seat uit [plaats 4] en het vertrek van de Seat uit [plaats 2] en daar aanwezig was toen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] terugkwamen van het zogenoemde koudzetten van de Seat.
Het hof constateert dat de Jetta en/of [medeverdachte 3] , die op 6 oktober 2016 rond 23:02 uur rijdend in zuidelijke richting uit [plaats 7] was vertrokken en op 7 oktober rond 03:07 uur uit [plaats 2] is vertrokken, gedurende enkele uren tegelijkertijd met de Bora en/of [verdachte] in [plaats 2] kan zijn geweest.
Dit situeert zowel [medeverdachte 3] /de Jetta als [verdachte] /de Bora in [plaats 2] op de tijdstippen waarop de bij de liquidatie gebruikte Seat is vertrokken uit [plaats 2] , is koudgezet in Amsterdam en de bij het koudzetten betrokken [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in [plaats 2] zijn teruggekeerd.
Op grond van de inhoud van het dossier is niet duidelijk wat [medeverdachte 3] en [verdachte] in de tussentijd hebben gedaan. Opmerkelijk is dat de Vito, de Bora en de Jetta die nacht binnen een tijdsbestek van enkele minuten uit [plaats 2] zijn vertrokken.
Op 7 oktober 2016 zijn de verdachte, [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] in de Bora via [plaats 5] naar [plaats 1] gereden, waar zij aankwamen om 20:52 uur. Zij reden uit [plaats 1] weg rond 23:08 uur. [medeverdachte 3] is met de Jetta in [plaats 1] aangekomen rond 21:57 uur en daar weggereden om 23:21 uur. Hieruit volgt dat [medeverdachte 3] die avond gedurende 1 uur en 20 minuten in [plaats 1] is geweest, terwijl de verdachte, [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] in die tijd 1 uur en 10 minuten in [plaats 1] waren.
Het hof gaat ervan uit dat op de avond voorafgaande aan de liquidatie [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij [medeverdachte 4] thuis zijn geweest en sluit niet uit dat ook [medeverdachte 1] hierbij aanwezig is geweest, aangezien [verdachte] c.s. in de Bora op de heenweg via [plaats 5] zijn gereden.
4. Bespreking verweren en conclusie

4.1 De betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte 2]
De verdediging heeft betoogd dat de verklaring van [medeverdachte 2] van het bewijs dient te worden uitgesloten, met name het deel van zijn verklaring waarin [medeverdachte 2] stelt dat hij op initiatief van de verdachte de bij de schietpartij betrokken voertuigen in Rotterdam heeft opgehaald en hij van de verdachte tijdens de rit in [plaats 5] op 8 oktober 2016 een prepaid telefoon heeft gekregen waarop hij zou worden gecontact.
Het hof is van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 2] op voornoemde onderdelen als betrouwbaar kan worden aangemerkt. In dit verband wordt allereerst overwogen dat [medeverdachte 2] met zijn verklaring ook zichzelf belast; het betreft niet slechts een vingerwijzing naar de verdachte.
Met betrekking tot het ophalen van de Caddy en de Seat in juni 2016 geldt bovendien dat ook [medeverdachte 5] heeft verklaard dat de verdachte met het initiatief daarvoor kwam; aldus is sprake van steunbewijs. De stelling van de verdediging dat [medeverdachte 5] als getuige ter zitting van het hof in hoger beroep zich feitelijk niets meer kon herinneren wordt terzijde geschoven, omdat [medeverdachte 5] wel heeft verklaard dat hij bleef bij de verklaringen die hij eerder hierover bij de politie had afgelegd.
Wat betreft het overhandigen van de prepaid telefoon waarop [medeverdachte 2] zou worden gecontact, overweegt het hof als volgt. Vaststaat dat de PP1 om 15:12 uur is geactiveerd in [plaats 5] , tijdens de rit van [medeverdachte 2] bij [verdachte] in de Bora en dat de PP2 en de PP3 onder bereik van dezelfde zendmast om 15:17 uur tegelijkertijd zijn geactiveerd. De schutters gebruikten de PP2 en [medeverdachte 4] heeft uiteindelijk de PP3 gebruikt. Op grond van de vastgestelde reisbewegingen van de Bora die daarop zijn gevolgd, staat vast dat de verdachte in de Bora vanuit [plaats 5] via de Coentunnel naar Amsterdam West is gereden (de Bora reed in de Coentunnel op enkele minuten afstand van de Caddy met daarin [medeverdachte 2] en de schutters) en dat de verdachte daarna naar [plaats 1] is gereden. De verdachte en [medeverdachte 4] vertrokken vrijwel gelijktijdig uit [plaats 1] . [medeverdachte 4] is naar [plaats 2] gereden, waar hij later die middag de PP3 heeft gebruikt. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte de PP3 naar zijn broer [medeverdachte 4] heeft gebracht. Uit de vrijwel gelijktijdige activatie van PP2 en PP3 en het feit dat de verdachte de PP3 naar [plaats 1] heeft gebracht volgt dat hij in [plaats 5] in de directe nabijheid van de schutters is geweest; hij heeft zelfs enkele minuten via de PP3 gecommuniceerd met de PP2 en hij is nagenoeg tegelijkertijd van daaruit met de Caddy door de Coentunnel gereden. Verder volgt hieruit dat [medeverdachte 2] aanwezig was bij het activeren van de drie prepaids.
Uit het voorgaande volgt eveneens dat de verdachte, die als enige ander met [medeverdachte 2] in de Bora zat toen de PP1 werd geactiveerd, deze aan [medeverdachte 2] moet hebben overhandigd en daarbij instructies heeft gegeven. Niet gesteld noch anderszins is gebleken dat iemand anders dat op dat moment heeft gedaan. Uit het dossier kan evenmin worden afgeleid dat of wanneer iemand anders dan [verdachte] de sleutels van de Caddy aan [medeverdachte 2] heeft overhandigd. In het licht van bovenomschreven gebeurtenissen acht het hof ook dit deel van [medeverdachte 2] verklaring betrouwbaar.
De verweren van de raadsman van de verdachte op deze punten worden dan ook verworpen.

4.2 Medeplegen
De vraag of sprake is geweest van een zo nauwe en bewuste samenwerking dat van medeplegen gesproken kan worden, vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiele bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededaders.
Het hof is van oordeel dat alle handelingen van [verdachte] in zijn geheel en in onderling verband en samenhang met de uit het dossier naar voren komende personen en gebeurtenissen dienen te worden bezien, in plaats van (zoals de raadsman kennelijk voorstaat) handelingen af te splitsen en geïsoleerd te bekijken.
Uit de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden volgt het volgende.
De verdachte had in juni 2016 een initiërende en sturende rol bij het ophalen van de gestolen Caddy en Seat, die vier maanden later bij de moordaanslag zijn gebruikt.
Het hof gaat ervan uit dat [medeverdachte 4] , als degene die de moordopdracht op [beoogd doelwit] heeft aangenomen en daartoe de nodige voorbereidingen diende te treffen, aan de verdachte heeft gevraagd de gestolen auto’s op te halen en te brengen naar een onopvallende plek om deze te stallen. [verdachte] heeft zijn vrienden [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] ingeschakeld om dit samen met hem uit te voeren.
De verdachte onderhield regelmatig contact met [medeverdachte 2] en heeft hem in de week voorafgaand aan de moordaanslag bijna voortdurend vergezeld. [medeverdachte 2] heeft in die periode een groot aantal nachten bij hem in [plaats 3] gelogeerd en zij waren vaak gezamenlijk op pad in de Bora.
Op de momenten waarop [medeverdachte 2] in de Seat of Caddy moest rijden, leverde de verdachte [medeverdachte 2] af op de daarvoor geschikte plaats. Het kan niet anders dan dat hij hierover intensief overleg heeft gevoerd met iemand die zich met de organisatie van de aanslag bezighield, zoals zijn broer [medeverdachte 4] .
De verdachte heeft in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 niet alleen [medeverdachte 2] vergezeld naar [plaats 4] waar de Seat werd opgehaald, maar hij is daarna ook naar de ontmoetingsplaats in [plaats 2] gereden, waar de Seat eveneens naartoe kwam. De verdachte was daar tevens aanwezig toen [medeverdachte 2] met [medeverdachte 4] midden in de nacht terugkwam van het koudzetten van de Seat op de PD2. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte die nacht [medeverdachte 3] daar ook heeft ontmoet, [medeverdachte 3] was daar immers geruime tijd aanwezig en verliet [plaats 2] nagenoeg tegelijkertijd met de andere betrokkenen. De verdachte heeft [medeverdachte 2] daarna opnieuw mee naar zijn woning genomen.
De verdachte heeft ervoor gezorgd dat [medeverdachte 2] ook op een ander vitaal moment, op 8 oktober 2016, op het juiste moment en de juiste plek aanwezig was om in de Caddy te stappen. Hij heeft [medeverdachte 2] de autosleutels gegeven en de PP1, met als instructie aan [medeverdachte 2] dat hij daarop gecontact zou worden.
De verdachte was er eveneens bij aanwezig toen even later de PP2 en PP3 tegelijkertijd werden geactiveerd. Het hof gaat ervan uit dat hij de schutters toen moet hebben gezien.
Hierna is contact geweest tussen de PP2 en PP3. Het hof acht aannemelijk dat de gebruikers van deze telefoons zich toen niet meer bij elkaar bevonden en dat de verdachte degene is geweest die met de PP3 tot 15:22 uur contact heeft gehad met de PP2, omdat hij na het uiteengaan in [plaats 5] de PP3 naar [medeverdachte 4] in [plaats 1] heeft gebracht, terwijl de schutters de PP2 meenamen in de door [medeverdachte 2] bestuurde Caddy. Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat de verdachte op de middag van 8 oktober 2016 niet alleen contact heeft gehad met [medeverdachte 2] maar ook met de schutters.
Uit de redengevende feiten en omstandigheden volgt dat medeverdachte [medeverdachte 2] een significante rol heeft gespeeld in het samenwerkingsverband rondom de moordaanslag, waaronder het besturen van gestolen voertuigen; het gebruik van prepaid toestellen; het directe contact met [medeverdachte 4] op vitale momenten zoals het koudzetten van de Seat op de PD2 en met de schutter [medeverdachte 1] , wiens instructies hij heeft opgevolgd en de ontmoetingen met de medeverdachten in de periode kort voor 8 oktober 2016 en gaat ervan uit dat de verdachte ervoor moest zorgen dat [medeverdachte 2] op de gewenste momenten op de juiste plaats was. De verdachte heeft aldus [medeverdachte 2] onder zijn hoede genomen en kon op deze wijze ook controleren of [medeverdachte 2] zijn taken wel uitvoerde. Op de momenten die [medeverdachte 2] elders doorbracht, was de verdachte degene die hem daar (of op een station) bracht en ophaalde.
De verdachte heeft vanaf juni 2016 contact gehad met alle medeverdachten die een substantiële rol hebben gespeeld bij de moordaanslag op 8 oktober 2016. Zo had hij contact met zijn broer [medeverdachte 4] , die de leiding had bij het uitvoeren van de moordaanslag en met [medeverdachte 1] , van wie vaststaat dat hij als één van de schutters is opgetreden.
Uit de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden blijkt ook dat de verdachte aanwezig was tijdens een aantal ontmoetingen waarbij een groot aantal bij de aanslag betrokken personen aanwezig waren. Op de avond voor de moordaanslag hebben de verdachte, [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , (en waarschijnlijk [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 4] een ontmoeting in [plaats 1] gehad die ruim een uur duurde. Het ligt voor de hand dat de aanwezigen toen hebben gesproken over de op handen zijnde moordaanslag. Op de middag van de moordaanslag heeft de verdachte contact gehad met de schutters; hij heeft hen gezien; in hun aanwezigheid zijn de PP2 en de PP3 geactiveerd en hij heeft daarna korte tijd via de PP3 contact met de schutters gehad.
De raadsman van de verdachte heeft nog aangevoerd dat de bezoeken van [verdachte] met de Bora aan [plaats 1] en [plaats 2] in zijn sociale leven passen. Het hof verwerpt deze algemene stelling, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, op grond van bovengenoemde vastgestelde gedragingen van de verdachte in het kader van de moordaanslag.
Dit voert het hof tot de slotsom dat de verdachte geruime tijd deel uitmaakte van het samenwerkingsverband met de medeverdachten om de moordaanslag te plegen; hij was immers vanaf juni 2016 tot na de aanslag actief hierbij betrokken. Het hof is van oordeel dat uit het geheel van relevante handelingen van de verdachte in onderling verband en samenhang bezien met de andere bewijsmiddelen volgt dat hij een voorwaarden scheppende rol heeft gehad in het samenwerkingsverband rondom de moordaanslag. Het gewicht dat aan de handelingen van de verdachte wordt toegekend compenseert in ruime mate de omstandigheid dat hij niet bij de moordaanslag op de PD 1 aanwezig was. De bijdrage aan het delict van [verdachte] is voldoende significant en wezenlijk en aldus van voldoende gewicht geweest om hem als medepleger aan te merken. Als gezegd, is voor een bewezenverklaring van medeplegen niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededaders.
Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging de moord op [slachtoffer 1] en de pogingen tot moord op [slachtoffer 2] en hun dochtertje [slachtoffer 3] heeft gepleegd.
Het voorgaande voert tot de slotsom dat het hof de verweren van de raadsman heeft verworpen.

4.3 Voorbedachte raad
Het hof acht op grond van alle genoemde voorbereidende handelingen gedurende een aanmerkelijke periode, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van voorbedachte raad en dus van moord: er was een vooropgezet plan om iemand te doden, dat al bestond vanaf mei 2016, toen de opdracht daarvoor per PGP aan [medeverdachte 4] is verstrekt.
Uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden volgt dat [medeverdachte 4] kan worden
aangemerkt als aannemer van de moordopdracht en organisator van de uitvoering daarvan door anderen in te schakelen; het organiseren van benodigde voertuigen en de opslag daarvan en alsmede van te gebruiken apparatuur. [medeverdachte 4] heeft de schutters benaderd, had contact met [medeverdachte 6] , waar de gestolen voertuigen moesten worden gestald en met zijn broer [verdachte] , die op zijn beurt de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] heeft ingeschakeld. Dat [slachtoffer 1] in plaats van het beoogde slachtoffer [beoogd doelwit] hiervan de dupe is geworden doet niet af aan de bewezenverklaring van moord.
Het hof is van oordeel dat de verdachte niet alleen opzet heeft gehad op het medeplegen van de moord maar eveneens voorwaardelijk opzet op de pogingen moord op de twee andere inzittenden van de Mini Cooper. De Mini Cooper is gericht, vanaf korte afstand veelvuldig met semi automatische vuurwapens beschoten. De verdachte en zijn mededaders hebben de geenszins als denkbeeldig aan te merken kans, dat één of meer andere inzittenden door de kogelregen geraakt zouden worden, op de koop toegenomen en dit ook aanvaard.

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Aangehaald in

Verbonden uitspraken