Hof Amsterdam 25 januari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:154
Geschil tussen advocaat en deurwaarder. Advocaat had opdracht aan deurwaarder gegeven tot het treffen van executiemaatregelen in een zaak die hij (de advocaat) behandelde namens een client. De deurwaarder had de advocaat in het betreffende dossier een eindafrekening gestuurd die resulteerde in een door de advocaat aan de deurwaarder te betalen bedrag. Hierop is per e-mail gecorrespondeerd tussen de advocaat en de deurwaarder met betrekking tot een specifieke post uit deze afrekening, hetgeen resulteerde in een kleine bijstelling van de factuur. Daags daarna heeft de deurwaarder abusievelijk het bedrag van de oorspronkelijke factuur (die betaald moest worden door de advocaat aan de deurwaarder) betaald op de derdenrekening van de advocaat. Laatstgenoemde stelt primair dat niet hij, maar zijn client opdracht had gegeven aan de deurwaarder, en subsidiair dat hij het bedrag bevrijdend heeft door betaald aan zijn client. Beide verweren falen. Het vonnis van de kantonrechter waarbij de advocaat is veroordeeld tot (terug)betaling van het bedrag uit hoofde van onverschuldigde betaling wordt bekrachtigd, behoudens een gering bedrag waarmee de deurwaarder in hoger beroep zijn eis heeft verminderd. artikel 6:203 BW, 6:34 BW, 6:101 BW en 6:96 BW
De uitspraak op rechtspraak.nl