Hof Amsterdam 23 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:486
Notaris stelt beroep in tegen de beslissing van de kamer met betrekking tot de bekrachtiging van een ordemaatregel. De notaris stelt dat de kamer in de beslissing tot schorsing had moeten bepalen dat de notaris nog wel bevoegd zou zijn geweest tot het verrichten van werkzaamheden als ware hij een notarieel medewerker. Hof wijst beroepsgrond af en wijst naar zijn beslissing van 14 januari 2020 (ECLI:NL:GHAMS:2020:137). Het hof onderschrijft het oordeel van de kamer dat het door de voorzitter vastgestelde honorarium een gebruikelijk tarief betreft. Het betoog van de notaris over de wijze waarop de waarnemer invulling geeft aan de waarneming van het notarisambt, gaat – wat daar ook van zij- de reikwijdte van deze procedure, die een hoger beroep is tegen de beslissing waarbij de door de voorzitter getroffen ordemaatregel is bevestigd, te buiten. Hof bevestigt de beslissing van de kamer.
De uitspraak op rechtspraak.nl