Hof Amsterdam 2 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:268
Over Verhouding Flora- en faunawet (Ffw) en de Wet Natuurbescherming (Wnb). Verdachte veroordeeld terzake van overtreding van voorschriften gesteld bij de Ffw met als conclusie van hof dat "(...) de wetgever met de invoering van de Wnb ten aanzien van het doden en vangen van de verschillende categorieën diersoorten blijk heeft gegeven van een gewijzigd inzicht in de strafwaardigheid van het niet opzettelijk verrichten van deze handelingen. Overigens is, voor wat in deze zaak aan de orde is, het inzicht niet gewijzigd. Nu het hof, zoals straks zal blijken, de opzet van de verdachte bewezen zal verklaren, dienen de bepalingen van de Ffw te worden toegepast. Blijkens de strafmotivering heeft de verdachte geholpen bij het illegaal schieten van een wild zwijn door rond te rijden en aan de medeverdachte door te geven waar zich het wilde zwijn bevond, zodat deze het zwijn kon schieten. Vervolgens heeft de verdachte het zwijn samen met de medeverdachte in diens auto geladen en naar zijn eigen bedrijf gebracht. Daar heeft hij het wilde zwijn onder zich gehad en was hij betrokken bij het ontweiden ervan, waarvoor hij eveneens zijn pand ter beschikking heeft gesteld. De verdachte heeft met zijn handelen onvoldoende respect voor de natuur getoond en geen blijk gegeven van verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van het belang van de samenleving bij een zekere stand van beschermde inheemse diersoorten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22c Sr
- Artikel 22d Sr
- Artikel 47 Sr
- Artikel 48 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 91 Sr
- Artikel 416 Sv
- Artikel 422 Sv
- Artikel 1a WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 9 Ffw
- Artikel 12 Ffw
- Artikel 13 Ffw
- Artikel 16 Ffw
- Artikel 72 Ffw
- Artikel 7 Besluit beheer en schadebestrijding dieren
- Artikel 3.13 Besluit natuurbescherming
- Artikel 3.25 Besluit natuurbescherming