Hof Amsterdam 22 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1851

Executierecht. WSNP. Appellant is strafrechtelijk veroordeeld voor verschillende misdrijven ten opzichte van geïntimeerde, het slachtoffer. Burgerlijke rechter heeft appellant in een latere procedure op grond van dezelfde feiten veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 86.068,12 aan het slachtoffer. Deze vordering heeft in het strafgeding niet voorgelegen. Ten aanzien van appellant is daarna de schuldsaneringsregeling toegepast en hem is de ‘schone lei’ verleend. Valt de door de burgerlijke rechter toegewezen vordering tot schadevergoeding onder de werking van de ‘schone lei’? Hof antwoordt ontkennend. Categorische uitzondering van de werking van de ‘schone lei’ van vorderingen tot schadevergoeding voortvloeiend uit een strafrechtelijke veroordeling. Onmogelijkheid voor het slachtoffer om de vordering als benadeelde partij in het strafproces in te dienen. Aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de strafrechter zou hebben vastgesteld dat het slachtoffer de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kon aanbrengen. Vordering blijft afdwingbaar. Art. 358, lid 1 en lid 4, Fw; artt. 51f en 361 lid 3 Sv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen