Hof Amsterdam 1 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1716

Verzekeringsrecht; aansprakelijkheidsverzekering; 7:954 BW; verwijdering persoonsgegevens uit incidentenregister en Extern Verwijzingsregister; artikel 6 lid 1 aanhef en onder f Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (AVG) Appellant is op zijn snorfiets aangereden door een fietser en vordert van de aansprakelijkheidsverzekeraar van de fietser vergoeding van schade aan zijn jas, broek en zonnebril. Appellant heeft geprobeerd verzekeraar te misleiden door de kleding ten onrechte als designerkleding te presenteren, terwijl in werkelijkheid sprake was van namaakartikelen. De vordering tot verwijdering van de persoonsgegevens uit het incidentenregister en het daaraan verbonden Extern Verwijzingsregister wordt afgewezen omdat zodanige concrete feiten en omstandigheden zijn komen vast te staan dat zij een als strafbaar feit te kwalificeren bewezenverklaring in de zin van art. 350 Sv kunnen dragen, namelijk oplichting (326 Sr). De belangenafweging overeenkomstig artikel 6 lid 1 aanhef en onder f AVG valt niet uit in het voordeel van appellant. Verzekeraar kan zich niet beroepen op het bepaalde in art. 7:941 lid 5 BW aangezien appellant geen verzekerde of tot uitkering gerechtigde is als daar bedoeld. Nu appellant de beschadigde goederen niet heeft afgegeven, komt niet de dagwaarde maar slechts de waardevermindering voor vergoeding in aanmerking. Deze waardevermindering wordt door het hof begroot op nihil.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken