Hof Amsterdam 13 april 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1025
Burgerlijk procesrecht. Verzoek tot bevel voorlopig getuigenverhoor en verstrekking afschriften van bestuursbesluiten en notulen in verband met gestelde overeenkomst tot kredietverlening en betaling van financiële vergoedingen. Appellant heeft onvoldoende feiten gesteld die door de bank zijn betwist en die het bewijs van de omstreden overeenkomst kunnen opleveren. Of de gestelde, onbetwiste, feiten de gevolgtrekking wettigen dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, is een vraag die door waardering en beoordeling van die feiten in het licht van de verdere omstandigheden van het geval moet worden beantwoord. Een voorlopig getuigenverhoor is voor een dergelijk doel niet bestemd. Evenmin is voldaan aan de vereisten voor een bevel tot verstrekking van afschriften van bestuursbesluiten en notulen. Artt. 166 lid 1, 186 lid 1 en 843a Rv; artt. 2:10, 2:130 en 3:303 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl