Hof Amsterdam 22 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3634
Vennootschapsbelasting. In geschil is of belanghebbende als buitenlandse belastingplichtige met een vaste inrichting in Nederland, op haar Nederlandse inkomen de kosten in verband met de uitgifte van converteerbare obligaties (‘ORA’s’) respectievelijk aandelen in mindering kan brengen. Bij ontbreken van een voor de ORA-houder afdwingbare terugbetalingsverplichting zijn ook de ORA’s als eigen vermogen te beschouwen. Vorenbedoelde emissiekosten kunnen noch op grond van nationaal recht noch op grond van internationaal (verdragen)recht worden toegerekend aan de vaste inrichting. Dit brengt geen strijd met de vrijheid van vestiging met zich
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 15 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK9152
- HR 23 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0909
- HR 23 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0670
- HR 20 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AF2257
- HR 7 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3201
- HR 2 maart 1994, ECLI:NL:HR:1994:BH8944
- HR 17 februari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5259
- HR 2 september 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5045
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2006:129