Hof Amsterdam 1 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3315
Voorlopig deskundigenbericht. Het feit dat de rechtbank niet is overgegaan tot benoeming van de door verzoeker voorgestelde deskundige, de deskundige niet de verzochte gewijzigde IWMD-vraagstelling heeft voorgelegd en de stelling van verzoeker dat verweerder met het voorschot moet worden belast heeft verworpen brengt niet met zich dat de rechtbank het verzoek (al dan niet ten dele) heeft afgewezen als bedoeld in artikel 204 lid 2 Rv. Tegen bestreden beschikking staat in beginsel geen hoger beroep open. Uit het beroepschrift van appellant kan niet – ook niet impliciet – een beroep op een of meer doorbrekingsgronden worden afgeleid, zodat dit beroep niet eerder dan bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het hoger beroep en dus tardief is gedaan. Volgt niet-ontvankelijkheid. Artt. 194, 195, 204, 205, 358 en 359 Rv.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 204 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 205 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 278 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 358 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering