Hof Amsterdam 17 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3001

Notaris en KNB hebben beroep ingesteld tegen een beslissing van de kamer. In de bestreden beslissing heeft de kamer als dictum uitgesproken dat zij geen ontheffing verleent als bedoeld in artikel 29 lid 4 Wna. Daartoe heeft de kamer verwezen naar overwegingen uit de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4040. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een bijzonder geval dat een verdere verlenging van de waarnemingsperiode rechtvaardigt. Hof oordeelt dat moet worden aangenomen dat ook hoger beroep openstaat tegen een beslissing om geen ontheffing te verlenen. De notaris en de KNB zijn daarom ontvankelijk in hun hoger beroep. Artikel 29 lid 4 Wna ziet niet op gevallen van zware waarneming. Het is niettemin wenselijk dat de termijn gedurende welke de praktijk na het ontslag van een notaris voor zijn rekening en risico wordt voortgezet, kort gehouden wordt. Het is evenzeer wenselijk dat de praktijk van de ontslagen notaris na korte tijd wordt voortgezet voor rekening en risico van een notaris die door de Minister van Justitie en Veiligheid op de voet van artikel 15 Wna wordt aangewezen. De termijn gedurende welke het redelijk kan worden geacht dat de praktijk nog voor rekening en risico van een eervol ontslagen notaris wordt voortgezet dient in beginsel te worden gesteld op maximaal één jaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken