Hof Amsterdam 12 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1659
Bedreiging door hoesten en 'I have corona' te zeggen. 8 weken gevagenisstraf Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie: ontlastend bewijs, vertaling stukken en rechtsbijstand. Het hof is van oordeel dat het ontbreken van een vertaling van het bevel inverzekeringstelling en het bevel bewaring een (in beginsel herstelbaar) vormverzuim betreft. Het betreft een belangwekkend voorschrift nu het ziet op het recht van de verdachte om in een voor hem begrijpelijke taal te vernemen waarom hij van zijn vrijheid wordt beroofd. Onderbouwd, noch gebleken is evenwel dat de verdachte, die bij beide gelegenheden is bijgestaan door een tolk, hierdoor enig nadeel heeft ondervonden. Het hof is mitsdien van oordeel dat in het onderhavige geval kan worden volstaan met de constatering van het verzuim. Wat betreft het door de raadsman kort voor aanvang van de terechtzitting in hoger beroep gedane verzoek om overige stukken overweegt het hof, mede in het licht van het hiervoor overwogene, als volgt. Het niet beschikbaar zijn van een vertaling van die stukken kan in casu niet als een vormverzuim worden aangemerkt, nu het verzoek is gedaan op een dermate laat tijdstip dat niet meer tijdig aan dat verzoek kon worden voldaan, daarbij in aanmerking nemende dat de verdediging in het ontbreken van die stukken ook geen aanleiding heeft gezien om ter terechtzitting om aanhouding te verzoeken. Bewijsmotivering: Deze bedreiging kan in het algemeen en dus ook bij dit slachtoffer de redelijke vrees opwekken dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. Verzoek om heropening afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl