Hof Amsterdam 14 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1129
Overeenkomst van opdracht; Voor de vaststelling van de overeengekomen wederzijdse verbintenissen geldt de Haviltexnorm (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158). Een door beide partijen ondertekende schriftelijke akte waarin de wederzijdse verbintenissen zijn vastgelegd, ontbreekt zodat het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer mochten toekennen aan de uitlatingen en gedragingen van de ander en op hetgeen zij over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn de omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, van beslissende betekenis. De vraag hoe in dat verband de e-mailcorrespondentie tussen partijen moet worden uitgelegd dient te worden beantwoord aan de hand van de wilsvertrouwensleer (art 3:33 en 3:35 BW). Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en komt geen beslissend gewicht toe aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de in de correspondentie gebruikte bewoordingen, ook niet als uitgangspunt. Bij uitleg komt het in het bijzonder aan op de zin die appellant redelijkerwijs aan de e-mail van geintimeerde heeft mogen hechten en op hetgeen hij in de gegeven omstandigheden heeft mogen verwachten. Redelijk loon verschuldigd. Beroep op ontbinding wegens tekortkoming slaagt niet. Onvoldoende onderbouwd dat restaurateur heeft gehandeld in strijd met hetgeen van een redelijk handelend redelijk bekwaam vakgenoot in de gegeven omstandigheden mocht worden verlangd.
De uitspraak op rechtspraak.nl