Hof Amsterdam 5 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:791

Klacht tegen een notaris. De klacht valt uiteen in de volgende onderdelen: 1. klager stelt de notaris aansprakelijk voor alle door hem geleden en nog te lijden schade; 2. klager verwijt de notaris dat hij zich niet heeft vergewist van de rechtmatigheid van de beslaglegging en de daaraan ten grondslag liggende vordering; 3. klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende heeft toegezien op het ordelijk verloop van de veiling. De kamer heeft in de bestreden beslissing klager in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard en zijn klacht voor het overige ongegrond verklaard. Naar het oordeel van het hof is klager terecht niet-ontvankelijk verklaard in het eerste klachtonderdeel; art. 93 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) biedt geen grondslag voor de beoordeling van een schadevordering in deze tuchtrechtelijke procedure. Notaris als toezichthouder in de zin van art. 1 Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen (Watov) is in beginsel niet gehouden de rechtmatigheid van een openbare verkoping ambtshalve te onderzoeken. Zijn taak is beperkt tot het erop toezien dat de veiling ordelijk verloopt. Geen concrete feiten en/of omstandigheden gebleken die tot aangifte in zin van art. 162 Wetboek van Strafvordering (Sv) zouden moeten leiden. Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen