Hof Amsterdam 5 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:785
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klaagster maakt bezwaar tegen de inhoud van een brief. De kamer heeft in de verzetprocedure het verzet van klaagster tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer gegrond verklaard wat betreft de brief en heeft de maatregel van een geldboete van €1.000,- opgelegd en het verzet voor het overige ongegrond verklaard. Het hof verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar hoger beroep voor zover dat ziet op andere onderdelen van de klacht dan de kamer gegrond heeft verklaard. Het hof bevestigt de bestreden beslissing met inbegrip van de opgelegde maatregel van de geldboete van €1.000,-. De bejegening in de brief gaat te ver en kan worden aangemerkt als een vorm van oneigenlijke drukuitoefening. Het hof ziet aanleiding om af te zien van een kostenveroordeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl