Hof Amsterdam 26 februari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:602

1. Procesbevoegdheid. Rechtspersoon die is opgehouden te bestaan. Faillissement. Een stichting die zich onder meer bezig hield met de afgifte van certificaten ten behoeve van woningkopers, is in 2003 door de toezichthouder aangemerkt als schadeverzekeringsbedrijf. In 2006 is ten aanzien van de stichting de noodregeling uitgesproken. In 2007 is zij failliet verklaard. Er hebben zich geen (boedel)schuldeisers gemeld. In 2014 is een slotuitdelingslijst verbindend geworden. Thans vordert de stichting schadevergoeding van De Nederlandsche Bank. Het hof oordeelt dat de stichting niet meer bestaat en niet in enige vordering kan worden ontvangen. 2. Relativiteit. Onrechtmatig handelen jegens een stichtingsbestuurder. Het hof oordeelt dat onvoldoende is gesteld over onrechtmatig handelen jegens de bestuurder in privé.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken