Hof Amsterdam 19 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4124
Tussenarrest. SVI-verzekering bevat in art. 5 lid 3 van de polisvoorwaarden de volgende bepaling: “Als de verzekerde geheel of gedeeltelijk recht heeft op vergoeding krachtens een andere verzekering of op uitkeringen of verstrekkingen uit anderen hoofde, kan voor dat deel geen beroep worden gedaan op deze verzekering.” Appellant stelt dat geïntimeerde (de verzekeraar) zich ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten ten onrechte op deze bepaling beroept. Hij doet tevergeefs een beroep op art. 7:959 lid 1 BW omdat niet is komen vast te staan dat kosten zijn gemaakt als in dat wetsartikel bedoeld. Het hof besteedt aandacht aan de uitleg van art. 5 lid 3 van de polisvoorwaarden en geeft partijen gelegenheid tot een nadere akte omdat het debat wat betreft de toepasselijkheid van Richtlijn 93/13 en de mogelijke oneerlijkheid van dit beding nog onvoldragen is.
De uitspraak op rechtspraak.nl