Hof Amsterdam 8 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3620

Huur bedrijfsruimte. Aansprakelijkheid verhuurder voor rook- en roetschade als gevolg van brand in naastgelegen ruimte? Stelling dat de scheidingsmuur gebrekkig was, is tegen de achtergrond van de overgelegde deskundigenrapporten onvoldoende gemotiveerd. Verwijzing naar inhoud van het eerder gewezen arrest in kort geding tot ontruiming volstaat niet. Evenmin is voldoende gemotiveerd dat huurder zelf als gevolg van de onrechtmatige ontruiming (na vernietiging kortgedingvonnis tot ontruiming) schade heeft geleden. Nu het hof tot het oordeel is gekomen dat de verhuurder niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de gevolgen van de brand, valt niet in te zien waarom huurder in verband met de vervuiling met rook en roet gedurende twee maanden (de periode waarin het gehuurde had kunnen worden gereinigd als de huurder aan de salvage zou hebben meegewerkt) geen huur zou hebben hoeven betalen, maar tegen dat oordeel van de kantonrechter is verhuurder niet opgekomen in hoger beroep. Voor een langere periode van vrijstelling van huurbetaling bestaat a fortiori geen grond. Wetsartikelen: 7:204 BW, 7:208 BW, 6:96 BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen