Hof Amsterdam 16 juli 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2595
Kort geding; misbruik van aandeelhoudersbevoegdheden door enig aandeelhouder die, ondanks de fiduciaire verhouding waarin hij staat tot zijn vader en zus en terwijl hij al geruime tijd jegens hen verplicht is zijn doorslaggevende zeggenschap binnen de algemene vergadering op te geven, aandeelhoudersbesluiten neemt waarmee hij een eigen vetorecht binnen de organen van de vennootschap veilig stelt voor het geenszins onwaarschijnlijke – en door hem kennelijk gevreesde – scenario waarin hij nog slechts minderheidsaandeelhouder zal zijn; veroordeling om aan herroeping van de aandeelhoudersbesluiten mee te werken; spoedeisend belang.
De uitspraak op rechtspraak.nl