Hof Amsterdam 5 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2264

Niet-ambtelijke omkoping, definitie 'lasthebber' ex art. 328ter Sr. (Daarnaast valsheid in geschrift, witwassen en belastingfraude.) De verdachte heeft een bedrag van € 345.000 aangenomen voor het aanbrengen van een project bij het familiebedrijf waar hij commissaris was. Instrumenteel daarvoor was de valse verkoopovereenkomst. Door deze handelwijze is door de verdachte inkomen verzwegen. De verdachte was ten tijde van de transactie commissaris bij [bedrijf]. Voorafgaand aan zijn commissariaat was hij 22 jaren bestuurder van [bedrijf] geweest. [bedrijf] was bestuurder van (dochterbedrijf) [dochterbedrijf]. De vraag die het hof moet beantwoorden is of de verdachte is te beschouwen als ‘lasthebber’ in de zin van artikel 328ter Sr. Het begrip lasthebber wordt in het wetboek van Strafrecht niet gedefinieerd. Aansluiting kan worden gezocht bij art. 7:414 BW waaruit volgt dat een overeenkomst van lastgeving inhoudt dat de lasthebber verplicht is voor de lastgever een rechtshandeling te verrichten. Dat neemt echter niet weg dat aan strafrechtelijke bepalingen en daarin voorkomende begrippen een eigen, autonome betekenis kan toekomen. Volgens artikel [x] van de statuten van de [bedrijf] had de Raad van Commissarissen tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de vennootschap en het bestuur met raad terzijde te staan. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij veel contact had met mensen en daarom projecten naar [bedrijf] kon brengen. De getuige [A], destijds directeur van de [bedrijf], heeft verklaard dat hij met de verdachte communiceerde over alles wat er speelde en dat de rol van de verdachte verder ging dan de formele rol van een commissaris. Ook de getuigen [B], [C] en [D] hebben verklaard dat de verdachte de zware projecten binnenhaalde en dat hij direct betrokken was bij de projectontwikkeling. [E] heeft over de verdachte verklaard dat hij de man was die de tent runde en die bepaalde wat er gebeurde. Ook handelingen die strikt genomen niet voldoen aan de civielrechtelijke definitie van het begrip ‘lastgeving’ (als bedoeld in artikel 7:414 van het Burgerlijk Wetboek), kunnen vallen onder het begrip ‘lasthebber’ als bedoeld in artikel 328ter Sr, gelet op de strekking van laatstgenoemd wetsartikel. Die strekking is klaarblijkelijk dat er een bepaalde zakelijke band moet zijn tussen de verdachte en degene ten behoeve van wie hij optreedt. De wijze waarop de verdachte namens [bedrijf] optrad, die blijkt uit bovengenoemde verklaringen en mede gezien zijn geschiedenis als directeur en de indruk die zijn rol naar buiten maakte, maakt dat hij moet worden beschouwd als ‘lasthebber’ in de zin van het bepaalde in artikel 328ter Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen