Hof Amsterdam 18 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3406

Klacht KBvG tegen een gerechtsdeurwaarder. Geen positief toetsingsverslag. De KBvG verwijt de gerechtsdeurwaarder te handelen in strijd met artikel 21 van de Verordening KBvG Normen voor Kwaliteit en met het Reglement KBvG Normen voor Kwaliteit. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder de maatregel tot betaling van een geldboete van € 2.000,- en de maatregel van schorsing voor de duur van vier maanden opgelegd. De gerechtsdeurwaarder heeft de gegrondheid van de klacht niet betwist. Zijn hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de opgelegde maatregelen, met name de geldboete. Het hof heeft de bestreden beslissing omwille van de duidelijkheid in haar geheel vernietigd, de klacht gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder de maatregel tot betaling van een (lagere) geldboete van € 1.500,- en de maatregel van schorsing voor de duur van vier maanden opgelegd. Dat aan de gerechtsdeurwaarder inmiddels ontslag is verleend, doet niet af aan het opleggen van de maatregel van schorsing. Nu de maatregel van schorsing thans geen effect sorteert, bepaalt het hof dat de schorsing zal ingaan zodra de gerechtsdeurwaarder weer in het ambt van gerechtsdeurwaarder wordt benoemd. Geen kostenveroordeling wegens bijzondere omstandigheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen