Hof Amsterdam 28 augustus 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3251

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder en een toegevoegd gerechtsdeurwaarder. Klaagster verwijt hen - in de kern - dat zij onzorgvuldig hebben gehandeld door een dagvaarding die niet voor hem bestemd was, in zijn brievenbus achter te laten. Voorts is klager, toen hij hierover met het kantoor van de gerechtsdeurwaarders belde, gevraagd naar een dossiernummer, terwijl de inhoud van de desbetreffende brief niet voor hem was bedoeld. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarders de maatregel van berisping opgelegd. Klager heeft naar het oordeel van het hof voldoende eigen belang en is daarom ontvankelijk in zijn klacht. Het hof heeft de bestreden beslissing vernietigd en zowel de klacht tegen de toegevoegd gerechtsdeurwaarder als de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl