Hof Amsterdam 28 augustus 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3102

Huur bedrijfsruimte. Tussenarrest. Voor huurprijsvermindering vanwege het bestaan van ernstige gebreken is door huurder onvoldoende gesteld. Over het beroep op dringend eigen gebruik kan slechts worden geoordeeld in samenhang met de beoordeling van de tussen deze zelfde partijen bij dit hof lopende huurprijsprocedure. Geen toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad van verhuurder inzake de beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst voor een deel van het gehuurde. Reeds nu wordt overwogen dat als de huurprijs sterk wordt verlaagd, dat niet het verwijt rechtvaardigt dat de verhuurder jarenlang heeft geprofiteerd van een te hoge huur en nu door op te zeggen misbruik van recht maakt. Het aangaan van de huurovereenkomst tegen de thans geldende prijs berust op een eigen commerciële afweging van de huurder. Volgt bepaling van comparitie in beide zaken. Wetsartikelen: art. 3:13 BW, art. 6:74 BW, art. 7:207 BW, art. 7:296 lid 1 sub b BW, art. 7:303 BW,

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen