Hof Amsterdam 13 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1610
Belanghebbende heeft samen met zakenpartners op 22 oktober 2014 een stuk grond aangekocht. In datzelfde jaar is een omgevingsvergunning afgegeven voor de bouw van een benzinestation op dat stuk grond. Het Hof is van oordeel dat de onroerende zaak in de loop van het jaar 2014 een (aanzienlijke) waardeverandering heeft ondergaan die is toe te schrijven aan de afgifte van de omgevingsvergunning. De onroerende zaak moet worden gewaardeerd met inachtneming van de omstandigheid dat de omgevingsvergunning was afgegeven. Voorts is het Hof van oordeel dat van een “gebouwd eigendom in aanbouw” geen sprake is zolang de bouw niet is begonnen. De onroerende zaak dient dan ook niet te worden gewaardeerd op grond van artikel 17, lid 4, van de Wet WOZ, maar op grond van lid 3 van dat zelfde artikel. Dit betekent een waardering op grond van de waarde in het economisch verkeer, en dus inclusief omzetbelasting, en niet een waardering op grond van de gecorrigeerde vervangingswaarde.
De uitspraak op rechtspraak.nl