Hof Amsterdam 1 mei 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1520
Artikel 217 Rv. Voeging aan de zijde van een partij die niet in het geding is verschenen. Het hof is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, althans voor de procedure in hoger beroep. Uitgangspunt is dat bij de beoordeling van de grieven rekening wordt gehouden met het in eerste aanleg gevoerde verweer indien geïntimeerde niet is verschenen. In het geval van een voeging aan de zijde van de niet verschenen geïntimeerde sluit de voegende partij zich aan bij het eerder in eerste aanleg ingenomen standpunt van deze partij en ondersteunt zij dit standpunt. Daarmee mag geen nieuwe (feitelijke) grondslag van het verweer worden geïntroduceerd, maar is en blijft de voegende partij gebonden aan de rechtsstrijd zoals die zich in de procedure in eerste aanleg heeft ontwikkeld. Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:744.
De uitspraak op rechtspraak.nl