Hof Amsterdam 24 april 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1418
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij ten onrechte kosten in rekening brengt die worden gedekt door de toevoeging, tussentijdse afdrachten heeft gedaan zonder zijn kosten daarvan af te trekken, weigert een gespecificeerde nota te verstrekken en klaagster als contractspartij beschouwt terwijl de cliënt van klaagster de wederpartij is. De kamer heeft in de verzetprocedure de klacht van klaagster deels gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder de maatregel van een geldboete van €2.500,- opgelegd. Het hof vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Ook in het geval dat de gerechtsdeurwaarder executiemaatregelen treft op verzoek van een schuldeiser die over een toevoeging beschikt, mag en zal de gerechtsdeurwaarder de executiekosten (trachten te) verhalen op de schuldenaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl